Kompas
| Wat heb je nodig? |
|
- 1 staafmagneet - 1 naald - 1 vel kurk - 1 doorzichtig plastic bakje met deksel - blauwe en rode stift - water - velletje papier voor de 4 windrichtingen - keukenmes (geen breekmes: te gevaarlijk) - kompas |

|
Wat moet je doen?
1) Snijd een ruitvormig stuk kurk uit het vel zoals hiernaast getekend. Kleur de ene helft rood en de andere blauw. |

|
| 2) Houd een ijzeren naald vast en wrijf een dertigtal keren met de magneet van het oog naar de punt. Nu is de naald magnetisch geladen. |

|
3) Leg of kleef met plakband de gemagnetiseerde naald op de kurk. De kompasnaald is klaar. |

|
4) Zet het bakje op een velletje papier en omcirkel met een potlood de omtrek van het bakje. Knip dit rondje uit en duid hierop de vier windrichtingen aan: noord, oost, zuid, west. |

|
| 5) Vul het bakje voor de helft met water en leg de kurk met de naald in het bakje. Zorg ervoor dat de magneet niet in de buurt van het bakje ligt! |

|
| 6) Kleef vervolgens het cirkeltje met de vier windrichtingen onderaan het bakje. Afhankelijk van hoe de naald gemagnetiseerd wordt, zal ofwel de kop ofwel de punt naar het noorden wijzen. Vraag aan je ouders of je juf of meester een echt kompas zodat je kan opsporen welke kant van de naald het noorden aanwijst. Draai indien nodig de naald in de andere richting zodat de rode kant van het kurkje het noorden aanwijst. |
 |
Wat gebeurt er?
Met een kompas kun je de windrichting bepalen. Zolang de kompasnaald niet wordt beïnvloed door een andere magneet, zal de naald altijd naar het noorden wijzen. Dit komt doordat de naald zich richt naar het krachtige magnetische veld van de aarde.
|
| |