| |
Is het jou ook al opgevallen dat je in het zwembad lichter
lijkt? Dat komt omdat het water jou terugduwt en een deel van
je gewicht draagt. Je lichaam wordt dan net zoveel lichter
als de vloeistof weegt die door je lichaam werd verplaatst.
Deze wetmatigheid die voor het eerst werd ontdekt door Archimedes
in de derde eeuw vóór Christus, verklaart meteen
ook waarom zware metalen schepen blijven drijven.
Nemen we als voorbeeld een houten vlot dat leeg is. Het vlot
drukt op het water, maar het water oefent zelf een opwaartse
druk uit op het vlot. Deze opwaartse druk wordt groter naarmate
een groter deel van het vlot in het water zakt. Op een bepaald
ogenblik is de opwaartse druk gelijk aan het gewicht van het
vlot, zodat het blijft drijven.
Als we ons vlot nu laden met een zwaar pak, zal het vlot dieper
in het water zakken door het extra gewicht. De opwaartse druk
zal daardoor ook toenemen, maar omdat er toch te weinig water
wordt verplaatst, wordt het vlot te zwaar en zinkt het.
Waarom zinkt een boot dan niet wanneer we hem laden met
hetzelfde zwaar pak? Een boot is hol; hij zakt dieper in het
water en verplaatst daardoor zoveel water dat de opwaartse
druk groot genoeg is om de boot met zijn zware lading
te laten drijven.
Of een voorwerp al of niet blijft drijven hangt volledig af
van zijn dichtheid.
De
invloed van dichtheid
Hoe kun je verklaren dat zware stalen
boten blijven drijven terwijl een metalen speld in water zinkt?
Het antwoord op deze vraag vind je in de dichtheid van het voorwerp.
De
dichtheid van een voorwerp is gelijk aan het gewicht gedeeld
door het volume van dat voorwerp. Elke stof, ook water, heeft
een eigen dichtheid.
De dichtheid van een stof verandert naarmate deze stof kouder
of warmer wordt.
Een voorwerp zal drijven wanneer zijn gemiddelde dichtheid kleiner
is dan de dichtheid van water. Zo zal een houten vlot blijven
drijven omdat de dichtheid van hout kleiner is dan die van water.
IJzer heeft een grotere dichtheid dan water dus een ijzeren vlot
blijft niet drijven. Een ijzeren schip drijft daarentegen wel,
omdat het inwendig deel van het schip een grote met lucht gevulde
ruimte is. De dichtheid van lucht is zeer klein, waardoor de
gemiddelde dichtheid van het schip kleiner is dan die van water.
Niet alleen
de dichtheid van het voorwerp dat al dan niet blijft drijven
is belangrijk. Ook de dichtheid van de vloeistof is belangrijk.
Een schip mag niet zo zwaar beladen zijn wanneer het in zoet
water vaart, dan wanneer het in de zee vaart. Zeewater bevat
immers veel zout, waardoor zijn dichtheid groter wordt en waardoor
voorwerpen er gemakkelijker blijven op drijven. De Dode Zee (tussen
Israël en Jordanië) bevat bijna zes keer meer zout
dan de oceanen. Je hoeft helemaal niet goed te kunnen zwemmen
om in dit meer boven water te blijven!
De
wet van Archimedes in cijfers en formules
Nemen we bijvoorbeeld een kubus van massief ijzer, met een
volume van exact 1 dm3. Deze kubus heeft in lucht een gewicht
van 7,9 kg. Ondergedompeld in water zal de kubus maar 6,9 kg
meer wegen. Het gewicht van de kubus is dan namelijk verminderd
met het gewicht van het water dat erdoor wordt verplaatst.
Dit is het gewicht van 1 dm3 water, dus 1kg.
We kunnen de drijfkracht nu uitdrukken als:
FD = V . ro . g met V = het volume van de verplaatste vloeistof
ro = de dichtheid van de vloeistof
g = 9,81 m/s2 (de versnelling bij vrije val)
De zwaartekracht op het lichaam kunnen we schrijven als:
FG = V . ro' . g met ro' = de dichtheid van het lichaam
We kunnen nu drie mogelijkheden onderscheiden:
1/ FG > FD -> ro' > ro -> Wanneer de dichtheid van
een voorwerp groter is dan de dichtheid van de vloeistof, zal
het voorwerp in de vloeistof zinken. Dit is het geval voor ijzer,
koper,... in water.
2/ FG < FD -> ro' < ro -> Een voorwerp zal drijven
wanneer zijn dichtheid kleiner is dan die van de vloeistof. Zo
drijft bijvoorbeeld kurk op water.
3/ FG = FD -> ro' = ro -> Wanneer dichtheden van voorwerp
en vloeistof gelijk zijn, zal het voorwerp in de vloeistof zweven.
Dit geval krijgen we als we een druppel olie in een mengsel doen
van water en alcohol dat dezelfde dichtheid heeft als de olie.
Niet alleen het drijfvermogen, maar ook de stabiliteit van een
schip is belangrijk.
De
stabiliteit van een schip
Het is voor een schip niet voldoende
dat het blijft drijven. Het moet daarnaast ook in staat zijn
zich vanuit een hellende positie weer op te richten.

Op de figuur zien we een dwarse doorsnede van een schip in normale
positie. Het gewicht FG grijpt aan in het zwaartepunt Z van het
schip, de drijfkracht FD in het drukkingspunt ZD, het zwaartepunt
van de verplaatste watermassa. Deze twee punten bevinden zich
gewoonlijk in een verticale lijn in het midden van de boot, met
Z boven ZD.
Als het schip naar één kant gaat overhellen,
verandert de vorm van de verplaatste watermassa. Het drukkingspunt
verplaatst
zich van ZD naar ZD'. Daardoor gaan FG en FD een krachtenkoppel
vormen, dat het schip om zijn lengteas probeert te draaien.
Het punt waar de richtlijn van de drijfkracht FD de symmetrieas
van het schip snijdt, noemen we het metacentrum. De ligging van
dat metacentrum bepaalt of het schip zich al dan niet weer zal
oprichten. Als het boven het zwaartepunt van het schip ligt,
zal het schip zich oprichten. Ligt het
onder het zwaartepunt (dit zou bijvoorbeeld het
geval kunnen zijn bij een verkeerde belading)
dan zal het schip kenteren.
De
dichtheid van verschillende stoffen
stof
dichtheid (in kilogram per liter) |
| aardgas |
0,0006 |
| lucht |
0,001 |
| kurk |
0,13 |
| populierenhout |
0,35
- 0,55 |
| eikenhout |
0,7
- 0,9 |
| olie |
0,9 |
| zuiver
water |
1,00 |
| melk |
1,04 |
| asfalt |
1,1
- 1,5 |
| glas |
2,4
- 2,9 |
| aluminium |
2,7 |
| steen |
2,5
- 3,0 |
| ijzer |
7,9 |
Archimedes
(287-212 VC)
Archimedes
was ongetwijfeld één van de grootste wis- en
natuurkundigen van de oudheid. Hij werd geboren in Syracuse
(Sicilië), maar studeerde in Alexandrië (Egypte).
Op het gebied van de wiskunde was hij zijn tijd ver vooruit.
Hij bestudeerde oppervlakten van vlakke figuren en volumes van
gebogen lichamen. Hij bewees dat het volume van een bol twee
derden uitmaakt van het volume van de cilinder die net om deze
bol heen past.
Ook in de mechanica was hij een gevestigde waarde. Hij vond het
beginsel van de hefboom uit en ook de uitvinding van de takel
wordt aan hem toegeschreven. Tijdens zijn verblijf in Egypte
kwam hij op het idee voor een hydraulische schroef om water naar
een hoger gelegen niveau over te brengen.
De naam van Archimedes zal echter in de eerste plaats onlosmakelijk
verbonden blijven met de hydrostatica en de formulering van zijn
beroemde wet. Die wet zegt dat het gewicht van een lichaam dat
ondergedompeld wordt in een vloeistof, verminderd wordt met het
gewicht van de vloeistof dat door dat lichaam werd verplaatst.
Volgens de overlevering zou Archimedes zijn ontdekking hebben
gedaan toen hij in zijn bad stapte en merkte dat het water dat
door zijn lichaam werd verplaatst het bad deed overlopen. Legendarisch
is zijn uitspraak: 'Eureka!' (Ik heb het gevonden!).
Archimedes bleef het grootste deel van zijn leven op Sicilië.
Heel zijn leven stond in het teken van wetenschappelijk onderzoek.
Toen tijdens de tweede Perzische oorlog de Romeinse generaal
Marcellus de stad Syracuse kwam belegeren, werd hij teruggeslagen
door oorlogstuigen die door Archimedes waren uitgevonden: de
catapult en een inventief systeem met spiegels dat door het bundelen
van zonnestralen vijandelijke schepen in brand kon steken.
Na twee jaar sloegen de Romeinen er toch in Syracuse te veroveren.
Marcellus had bevel gegeven de grote geleerde te sparen, maar
een Romeins soldaat die Archimedes niet kende vond hem terwijl
hij meetkundige tekeningen aan het maken was en doodde hem.
|
|