Navigeer dropdown

Vul glazen flessen met water en maak je eigen flessenxylofoon!

      

Wat heb je nodig?

  • een dozijn glazen flessen
  •  water
  • een stokje

Aan de slag!

 Vul een rij flessen met steeds meer water. De laatste fles is een volle fles. Tik ertegen en regel de waterstand bij tot je een mooie toonladder hebt. Je kan eventueel een muziekinstrument gebruiken om de flessen te stemmen.

Speel nu een eenvoudig melodietje op de flessen.

TIPS

  • De flessen klinken mooier als je ze ophangt aan touwtjes. Dan kunnen ze vrij trillen, zonder gehinderd te worden door het tafelblad. Al hun trillingsenergie gaat dan naar de omringende lucht, en zo naar je oor.
  • Het loont de moeite flessen van verschillende dranken te gebruiken. Ook al lijken ze op het eerste gezicht even groot, en zouden ze dus hetzelfde moeten klinken, in de praktijk is dat niet zo. wanddikte, vorm en soort glas spelen ook een rol. Ook op het oog identieke flessen hebben daardoor een iets andere toon. Hoe eer soorten flessen je verzamelt, hoe groter je totaal bereik zal zijn.
  • Blaas ook eens over de flessen, zoals bij een panfluit. Blaas ongeveer, maar net niet helemaal, horizontaal over de nenk. Met wat oefening krijg je zo een orgeltoon uit de flessen. Op dezelfde manier halen fluitisten en panfluitspelers klank uit hun instrumenten.

Wat gebeurt er?

De flessen met minder water in klinken hoger wanneer je tegen ze tikt.
Wanneer je blaast in de fles neem je het omgekeerde waar: hoe meer water in de fles, hoe hoger de toon.

Hoe zit dat?

Geluid is een trilling. Trillende lucht doet ons trommelvlies trillen. Die trilling wordt door een paar hefbomen – de bekende botjes ‘aambeeld’, ‘hamer’ en ‘stijgbeugel’ – overgebracht op het slakkenhuis in ons binnenoor. Dat is een soort opgerolde zak met vloeistof. Die vloeistof gaat op haar beurt aan het trillen, en doet zo haartjes op de binnenwand van de zak bewegen. Zoals dat ook gebeurde bij de naald van een oude platenspeler, wekt de beweging van dat haartje een elektrisch stroompje op. Al die stroompjes worden door de gehoorzenuw naar onze hersenen getransporteerd. Waarna de hersenen dat vertalen in de ervaring ‘geluid’.

Alles begint dus met een voorwerp dat de lucht doet trillen. Hoe sneller het trilt (= hoe hoger zijn ‘frequentie’) hoe hoger de toon die we horen. Hoe minder massa een voorwerp bevat, of juister: hoe minder massa er aan het trillen gebracht wordt, hoe hoger de toon die het voortbrengt.

Dunne gitaarsnaren geven de hoogste toon. En hoe meer je die snaren inkort, hoe hoger de toon. Op een xylofoon geven de kleinste, dunste en kortste plaatjes de hoogste klanken. Een kleine viool klinkt hoger dan een grote zware contrabas. De kleinste orgelpijp, met de dunste en kortste trillende luchtkolom, geeft de hoogste toon.

Wanneer je tegen een fles met weinig water tikt, klinkt deze hoger dan een fles met veel water in omdat je bij de fles met weinig water minder massa aan het trillen brengt. 
Wanneer je blaast in de fles merk je het omgekeerde. Nu doe je immers niet de fles en het water trillen, maar de lucht die in de fles zit. Hoe meer lucht je lippen doen trillen, hoe lager de toon. En een fles met veel water erin, bevat maar weinig lucht.

Ben je leerkracht? Klik dan op onderstaande knoppen om te ontdekken hoe dit proefje in jouw lessen past.

Deze proef kan gebruikt worden als demo in het kleuteronderwijs.

Dit proefje kan gebruikt worden om volgende vakgebonden eindtermen binnen het vak ‘Wetenschap en techniek’ te helpen realiseren:

  • 1.1 De kleuters kunnen verschillen onderscheiden in geluid, geur, kleur, smaak en voelen.

Leerlingen uit het lager onderwijs kunnen dit proefje zelf doen, maar ze kan ook gebruikt worden als demo.

In het educatief pakket 'Hoe zit dat?!' ontdek je hoe je dit proefje kan integreren in je lessen.

Dit proefje kan gebruikt worden om volgende vakgebonden eindtermen binnen het vak ‘Wetenschap en techniek’ te helpen realiseren:

  • 1.14 De leerlingen kunnen van courante materialen uit hun omgeving enkele eigenschappen aantonen.

Deze proef kan gebruikt worden als demo in de 3e graad Secundair onderwijs.

In het educatief pakket 'Hoe zit dat?!' ontdek je hoe je dit proefje kan integreren in je lessen.

Dit proefje kan gebruikt worden om volgende vakgebonden eindtermen binnen de vakken ‘Natuurwetenschappen’ en 'Fysica' te helpen realiseren:

  • F14 De leerlingen kunnen de oorzaak en eigenschappen van een harmonische trilling omschrijven en in concrete voorbeelden illustreren;
  • F16 De leerlingen kunnen de energieoverdracht door mechanische en elektromagnetische golven aan de hand van verschillende verschijnselen, waaronder resonantie, illustreren.

Meer proefjes?

Klik hier voor meer proefjes over Klank en licht.

Ben je bezoeker, leerkracht of geïnteresseerd in evenementen? Switch hier naar een aanbod op maat.