Navigeer dropdown

Elektriciteit stroomt normaal gezien door elektriciteitskabels. Deze speciale kabels zijn dan ook geleidend, maar wist je dat sommige huis-, tuin- en keukenspulletjes ook geleidend zijn? Kan jij voorspellen welke huis-, tuin- en keukenspulletjes elektriciteit kunnen geleiden?

      

Wat heb je nodig?

  • batterij van 4,5V
  • lampje
  • fitting voor het lampje
  • twee stukjes geïsoleerde elektriciteitsdraad
  • vier krokodillenklemmen
  • voorwerpen van verschillende materialen
    • soeplepel
    • houten lepel
    • koperen sleutel
    • schroevendraaier
    • plaatje van plexiglas
    • ...
img

Aan de slag!

Verbind het lampje met de batterij, gebruikmakend van de elektriciteitsdraden en de krokodillenklemmen. De stroomkring wordt gesloten en het lampje brandt.

Maak nu één elektriciteitsdraad los van de batterij en hou de soeplepel tussen de batterijpool en de krokodillenklem. Wat gebeurt er?

Doe nu hetzelfde met de houten lepel en de rest van de voorwerpen.

 

img
img

Wat gebeurt er?

Bij sommige voorwerpen gaat het lampje branden wanneer de kring gesloten wordt, andere voorwerpen slagen er niet in om de stroomkring te sluiten.

Hoe zit dat?

De soeplepel bestaat uit inox, een goede geleider van elektriciteit. De elektriciteit geraakt tot bij de gloeidraad van het lampje waardoor het lampje gaat branden.

Bij een houten lepel brandt het lampje niet. Hout is immers een isolator, die gene elektriciteit geleidt. De stroomkring wordt dus niet gesloten.

Van alle opgesomde materialen, is koper de beste geleider. Elektriciteitsdraden zijn dan ook meestal uit koper gemaakt.

Ben je leerkracht? Ontdek hier hoe dit proefje in jouw lessen past.

Leerlingen uit het lager onderwijs kunnen dit proefje zelf doen.

In het educatief pakket 'Hoe zit dat?!' ontdek je hoe je dit proefje kan integreren in je lessen.

Dit proefje kan gebruikt worden om volgende vakgebonden eindtermen binnen het vak ‘Wetenschap en techniek te helpen realiseren:

  • 2.1 De leerlingen kunnen van technische systemen uit hun omgeving zeggen uit welke materialen of grondstoffen ze gemaakt zijn;
  • 2.2 De leerlingen kunnen specifieke functies van onderdelen bij eenvoudige technische systemen onderzoeken door middel van hanteren, monteren of demonteren;
  • 2.3 De leerlingen kunnen onderzoeken hoe het komt dat een zelf gebruikt technisch systeem niet of slecht functioneert;
  • 2.6 De leerlingen kunnen illustreren hoe technische systemen onder meer gebaseerd zijn op kennis over eigenschappen van materialen of over natuurlijke verschijnselen.

Ben je bezoeker, leerkracht of geïnteresseerd in evenementen? Switch hier naar een aanbod op maat.