Navigeer dropdown

Maak zelf je eigen regenwolk en laat het regenen!

      

Wat heb je nodig?

  • Kookpot met water
  • Verwarmingsplaat
  • Koelkast in de buurt
  • Glazen plaat

Opgelet!!

Vraag steeds hulp aan een volwassene.

Aan de slag!

Vooraf: Leg de glazen plaat een tijdje in de koelkast.
Stap 1: Breng het water aan de kook. Je ziet de gecondenseerde waterdamp al voor het water kookt opstijgen.
Stap 2: Haal de glazen plaat uit de koelkast en hou ze een beetje schuin boven het kokend water.

 

Wat gebeurt er?

Tegen de glazen plaat ontstaat een wolk van gecondenseerde waterdamp. Wanneer je het proces een tijdje laat doorgaan raakt de wolk zodanig verzadigd dat het zelfs begint te 'regenen'.

Hoe zit dat?

Wolken bestaan uit gecondenseerde waterdamp. Wanneer de warme, gasvormige waterdamp de koude glasplaat raakt, koelt de waterdamp af. Koude lucht heeft een hogere dichtheid en is sneller verzadigd met water. De waterdampdruppels zetten zich af tegen de koude, glazen plaat en kruipen als het ware samen. Tegen de glazen plaat ontstaat een mistlaagje. Het proces blijft doorgaan, waardoor er steeds meer waterdruppels blijven bijkomen. De waterdruppeltjes op de plaat worden groter en versmelten met elkaar. Wanneer de waterdruppels te zwaar zijn om aan de plaat te blijven hangen, vallen ze naar beneden. Ze komen terug in de kookpot terecht waar het proces weer van voor af aan begint. Dit gebeurt iedere dag in de natuur en wordt ‘de kringloop van het water’ genoemd. In de natuur gaat het proces echter veel trager, omdat maar zelden de kooktemperatuur van water wordt bereikt.

Ben je leerkracht? Klik dan op onderstaande knoppen om te ontdekken hoe dit proefje in jouw lessen past.

Deze proef kan gebruikt worden als demo in het lager onderwijs.

Dit proefje kan gebruikt worden om volgende vakgebonden eindtermen binnen het vak ‘Wetenschap en techniek’ te helpen realiseren:

  • 1.15 De leerlingen kunnen illustreren dat een stof van toestand kan veranderen;
  • 1.16 De leerlingen kunnen met enkele voorbeelden aantonen dat energie nodig is voor het functioneren van levende en niet-levende systemen en kunnen daarvan de energiebronnen benoemen.

Deze proef kan gebruikt worden als demo in de eerste graad van het secundair onderwijs.

In het educatief pakket 'Hoe zit dat?!' ontdek je hoe je dit proefje kan integreren in je lessen.

Dit proefje kan gebruikt worden om volgende vakgebonden eindtermen binnen het vak ‘Aardrijkskunde’ te helpen realiseren:

  • 18 De leerlingen kunnen voor enkele factoren uitleggen hoe ze weer en klimaat beïnvloeden.

Dit proefje kan gebruikt worden om volgende vakgebonden eindtermen binnen het vak ‘Natuurwetenschappen’ te helpen realiseren:

  • 11 De leerlingen kunnen waarneembare stofomzettingen met concrete voorbeelden uit de niet levende natuur illustreren;µ
  • 14 De leerlingen kunnen waarneembare fysische veranderingen van een stof in verband brengen met temperatuursveranderingen.

Leerlingen uit de tweede en de derde graad van het secundair onderwijs kunnen dit proefje zelf doen.

Dit proefje kan gebruikt worden om volgende vakgebonden eindtermen binnen het vak ‘Natuurwetenschappen’ te helpen realiseren:

  • F-12 De leerlingen kunnen de warmte-uitwisseling tijdens faseovergangen kwalitatief hanteren.

Meer proefjes?

Klik hier voor meer proefjes over Weer en wind.

Ben je bezoeker, leerkracht of geïnteresseerd in evenementen? Switch hier naar een aanbod op maat.