Navigeer dropdown

Is rodekoolsap rood? Of is het paars? Of groen misschien? Ontdek hoe zuren en basen rodekoolsap kunnen doen verkleuren!

      

Opgelet!

Vraag steeds hulp aan een volwassene.

Wat heb je nodig?

Voor het rodekoolsap:

  • rode kool
  • mes en snijplank
  • kookpot
  • kookplaat
  • water
  • zeef

Voor het experiment:

  • 3 glazen met water
  • azijn
  • afwasmiddel
  • eventueel nog andere (vloei-)stoffen om te testen
img

Wat gebeurt er?

Het rodekoolsap zonder dat er iets aan toegevoegd is, ziet er blauw/paars uit. Giet je er azijn in, verkleurt het roze. Het rodekoolsap waar je afwasmiddel hebt bij gedaan verkleurt appelblauwzeegroen.

Aan de slag!

Voor het rodekoolsap:

Stap 1:
Snijd de rodekool in fijne stukjes.

Stap 2:
Doe de stukjes in een kookpot en voeg water toe tot ongeveer de helft van de rodekool onder water staat.

Stap 3:
Laat de rodekool 10 minuten koken.

Stap 4:
Na afkoelen giet je het rodekoolsap door een zeef.

Voor het experiment:

Stap 1:
Voeg wat rodekoolsap toe aan de glazen water.

Stap 2:
In het 1e glas voeg je wat azijn toe.

Stap 3:
In het 2e glas voeg je wat afwasmiddel toe. Het 3e glas is het "controle glas".

Stap 4:
Je kan nu nog extra glazen vullen met water en rodekoolsap en andere (vloei-)stoffen hieraan toevoegen om de zuurtegraad van de (vloei-)stoffen te testen.

Hoe zit dat?

Rodekoolsap is een zuur-base-indicator. Door toevoeging van een zuur (azijn bijvoorbeeld, maar ook vitamine C) kleurt het rodekoolsap nog roze. Toevoeging van een base, het tegenovergestelde van een zuur, geeft aan rodekoolsap een groene kleur.

Een rodekool die je in de winkel koopt is eerder paars. Tijdens het bereiden van rodekool wordt er vaak wat azijn of zure appeltjes aan de rodekool toegevoegd. Zo verandert de paarse kool in rodekool!

Ben je leerkracht? Klik dan op onderstaande knoppen om te ontdekken hoe dit proefje in jouw lessen past.

Leerlingen uit het lager onderwijs kunnen dit proefje zelf doen.

 

In het educatief pakket 'Biotechniek' ontdek je hoe je dit proefje kan integreren in je lessen.

Dit proefje kan gebruikt worden om volgende vakgebonden eindtermen binnen het vak ‘Wetenschap en techniek’ te helpen realiseren:

  • 1.3 De leerlingen kunnen in een beperkte verzameling van organismen en gangbare materialen gelijkenissen en verschillen ontdekken en op basis van minstens een criterium een eigen ordening aanbrengen en verantwoorden;
  • 1.5 De leerlingen kunnen bij organismen kenmerken aangeven die illustreren dat ze aangepast zijn aan hun omgeving.

 

Deze proef kan gebruikt worden als demo in de eerste graad van het secundair onderwijs.

In het educatief pakket 'Hoe zit dat?!' ontdek je hoe je dit proefje kan integreren in je lessen.

Dit proefje kan gebruikt worden om volgende vakgebonden eindtermen binnen het vak ‘Natuurwetenschappen’ te helpen realiseren:

  • 9: De leerlingen kunnen in een concreet voorbeeld aantonen dat de mens natuur en milieu beïnvloedt en dat hierdoor ecologische evenwichten kunnen gewijzigd worden.

Ben je bezoeker, leerkracht of geïnteresseerd in evenementen? Switch hier naar een aanbod op maat.