Navigeer dropdown

In dit experiment moet je elektriciteit aanleggen. Om het je gemakkelijk te maken, hebben we alvast de buizen gelegd, en er de juiste draden in gestopt. Jij moet enkel nog de meest eenvoudige schakelaar waar mogelijk op de juiste plaats aanbrengen. Gaat het licht branden?

Stap 1

In dit geval is de meest eenvoudige schakelaar die je hier kan gebruiken de éénpolige schakelaar. Die heeft twee standen: aan of uit. In de ene stand kan de stroom door, in de andere stand is het circuit onderbroken. Op deze tekening staat hij in de open stand (stroom kan niet door). Dat is de standaardmanier waarop elektriciens een eenpolige schakelaar tekenen.

undefined

 

Stap 2 

Nu moest je één lamp kunnen bedienen vanop twee plaatsen. Een situatie die in huis vaak voorkomt.
Daarvoor gebruik je éénpolige wisselschakelaars. In de ene stand sturen ze de stroom door de ene draad, in de anders stand sturen ze die door de andere draad. Het maakt niet uit welke van de twee schakelaars je verzet, telkens verandert de toestand van het circuit: als het daarnet open was, is het nu gesloten, als het gesloten was, is het nu open.

undefined


Stap 3 

Prima! Dit is al voor gevorderden: twee lampen tegelijk bedienen, vanaf drie schakelaars. De twee lampen moeten in parallel geschakeld worden, om allebei de volle 230 V spanning te krijgen, maar dat hebben wij al voor jou gedaan. Met drie schakelaars gebruik je in feite dezelfde schakeling als met twee schakelaars, maar tussen die twee voeg je nog een derde toe: een kruisschakelaar.

undefined

 

 

Ben je bezoeker, leerkracht of geïnteresseerd in evenementen? Switch hier naar een aanbod op maat.