Navigeer dropdown

Als licht zich door een transparant materiaal beweegt, zoals glas, water of lucht, dan worden de lichtstralen op de grens van het ene naar het andere materiaal gebogen. Lenzen maken daar dankbaar gebruik van. Een holle lens doet stralen uit elkaar gaan, een bolle lens bundelt ze.

Zoomlenzen – spreek uit: zoemlenzen – bestaan uit een combinatie van verschillende lenzen. Als je die ten opzichte van elkaar gaat verschuiven, ‘vangen’ ze een steeds kleiner deel van het binnenvallende licht en spreiden dat steeds wijder uit. Met andere woorden: ze ‘zoomen in’ op een detail en vergroten dat uit.

Bij het uitvergroten zie je twee lenzen eerst samen bewegen, en dan naar elkaar toe bewegen. Dat heeft te maken met de ‘brandpuntsafstand’ van die lenzen. Het brandpunt van een lens is het punt waar alle stralen samenkomen (bij een bolle lens komen ze echt in dat punt samen, bij een holle lens komen de verlengden van de uitwaaierende stralen in zo’n punt uit). Als de zoomlens wil weren zoals het hoort, moet het beeld van de bolle lens altijd aan dezelfde kant van het brandpunt van de holle lens blijven vallen.

Ben je bezoeker, leerkracht of geïnteresseerd in evenementen? Switch hier naar een aanbod op maat.