Navigeer dropdown

Dieren vinden niet alles even lekker. Net als mensen hebben ze vaak een lievelingskostje dat ze heel erg lekker vinden. Weet jij wat dat is?

 

Wat gebeurt er?

Hoe zit dat?

Niet alle dieren eten hetzelfde. Als je de dieren indeelt volgens hun dieet, krijg je drie grote groepen:


Planteneters:

  • Dit zijn dieren die alleen maar planten eten.
  • Bijvoorbeeld: koeien, paarden, konijnen, eekhoorns, reuzenpanda’s, zebra’s, herten, rupsen, enz. ...
  • Met een geleerd woord heten de planteneters herbivoren.

Vleeseters:

  • Deze dieren eten alleen vlees en vis.
  • Bijvoorbeeld: honden, alle katachtigen (katten, leeuwen, tijgers, enz. ...), ijsberen, bidsprinkhanen, adelaars, ...
  • Vleeseters noemt men ook wel eens carnivoren.

Alleseters:

  • Dit zijn dieren die allebei eten.
  • Bijvoorbeeld: sommige apen, wasbeertjes, varkens, de meeste beren, ...
  • Ook mensen zijn alleseters.
  • Het geleerde woord voor alleseters is omnivoren.

De darmen van een planteneter kunnen wel twintig tot vijfentwintig keer langer zijn dan die van vleeseters. Dat komt omdat planten veel moeilijker verteerbaar zijn dan vlees. Ze hebben meer tijd nodig om te verteren en hun voedingsstoffen vrij te geven in het bloed.

Mensen kunnen ervoor kiezen om geen vlees te eten, maar daarmee krijgen ze nog niet de lange darmen van een echte planteneter. Alleseters die geen vlees willen eten, noemen we vegetariërs.

Sommige planteneters, zoals koeien of herten, hebben zelfs extra magen om planten beter te kunnen verteren. Die noemen we herkauwers. Ze nemen immers hun voedsel telkens opnieuw in hun mond om het opnieuw te kauwen voor ze het naar een volgende maag of hun darmen laten gaan.

Het verschil tussen vleeseters en planteneters is te zien (én te ruiken) aan hun uitwerpselen. Zo vinden we in de uitwerpselen van planteneters duidelijke plantenresten terug. De uitwerpselen van vleeseters ruiken veel scherper dan die van een planteneter.

Ook aan het dier zelf kan je meestal wel zien of je met een carnivoor te maken hebt of niet. Vleeseters hebben meestal scherpere klauwen dan planteneters.Vleeseters hebben puntige tanden om het vlees van hun prooien in kleinere stukjes te scheuren en te snijden. Ze hebben meestal lange en grote hoektanden om hun prooi mee te kunnen doden en kleine maar scherpe voortandjes om het vlees van de botten te kunnen schrapen.
Planteneters hebben eerder platte tanden waarmee ze planten kunnen fijnmalen.

Alleseters zoals wijzelf hebben scherpe hoektanden én platte kiezen, zodat we alletwee kunnen eten.

Vleeseters blijken trouwens over het algemeen vooraan ook iets grotere hersenen te hebben dan de meeste andere dieren, zodat ze net een tikkeltje slimmer zijn. Dat helpt hen beter te overleven en te jagen. Want als ze geen prooi vangen, is er geen eten! Planteneters hoeven niet te jagen, hun eten loopt nooit weg.

Meer online games?

Klik hier voor nog meer online games voor bengels!

Ben je leerkracht? Klik dan op onderstaande knoppen om te ontdekken hoe deze online game in jouw lessen past.

  

  

  

Ben je bezoeker, leerkracht of geïnteresseerd in evenementen? Switch hier naar een aanbod op maat.