Navigeer Sluit

Technopolis is gesloten
slide

Bloem met twee kleuren

Geef bloemen de kleur die je wil!

Hoe je het ook draait of keert, een plant heeft water nodig om te overleven. Water wordt van onder naar boven doorheen de plant getransporteerd. Aan hun bladoppervlak verliezen planten dat water opnieuw. Dat heet transpiratie. Doordat er water aan het bladoppervlak verdampt, wordt nieuw water uit de bodem aangezogen. In dit experiment ontdek je op welke manier water van de bodem tot in de bloem geraakt.

      

Wat heb je nodig?

  • Een grote, witte bloem (bijvoorbeeld een tulp, roos, anjer, lelie ...)
  • Een schaar
  • Twee glazen
  • Twee kleuren voedingskleurstof
  • Water
  • Een beetje tijd

Aan de slag!

Stap 1: Knip de stengel van de bloem, van de onderkant naar de bovenkant, over 10 tot 15 cm in twee.

Stap 2: Doe een bodempje voedingskleurstof in elk glas. Gebruik twee verschillende kleuren. Vul de glazen verder aan met water.

Stap 3: Zet elk uiteinde van de bloem in een ander glas. Zet de glazen met de bloem op een lichte plaats, bijvoorbeeld op de vensterbank.

Stap 4: Wacht enkele uren.

img
img

Wat gebeurt er?

De kleurstof reist door de stengel tot in de bloem! 

Hoe zit dat?

Water reist van het glas naar de bloem via kleine kanaaltjes in de stengel: het xyleem. Water zorgt voor stevigheid: zonder water verwelkt een plant. Daarnaast worden er doorheen het xyleem, samen met het water, een heleboel voedingsstoffen naar de bladeren, bloemen en vruchten van een plant vervoerd. Kijk maar naar de voedingskleurstof: die wordt samen met het water mee omhoog gezogen. Omdat water verdampt, en de kleurstof niet, blijft de kleur in de bloem zichtbaar. Je kan nu duidelijk zien welke delen van de bloem uit welk glas water gekregen hebben. Zijn er bloemblaadjes met twee kleuren te zien?

Ben je leerkracht? Klik dan op onderstaande knoppen om te ontdekken hoe dit proefje in jouw lessen past.

Leerlingen uit het lager onderwijs kunnen dit proefje zelf doen.

In het educatief pakket 'Plantastisch!' ontdek je hoe je dit proefje kan integreren in je lessen.

Dit proefje kan gebruikt worden om volgende vakgebonden eindtermen binnen het vak ‘Wetenschappen en techniek’ te helpen realiseren:

  • 1.5 De leerlingen kunnen bij organismen kenmerken aangeven die illustreren dat ze aangepast zijn aan hun omgeving;
  • 1.22 de leerlingen kunnen bij de verzorging van dieren en planten uit hun omgeving zelfstandig basishande- lingen uitvoeren.

Leerlingen uit de eerste graad van het secundair onderwijs kunnen dit proefje zelf doen.

Dit proefje kan gebruikt worden om volgende vakgebonden eindtermen binnen het vak ‘Natuurwetenschappen’ te helpen realiseren:

  • 1 De leerlingen kunnen illustreren dat er in een organisme een samenhang is tussen verschillende organisatieniveaus (cel, weefsel, orgaan, stelsel, organismen);
  • 3 de leerlingen kunnen bij een bloemplant de functies van de wortel, de stengel, het blad en de bloem aangeven. 

Ben je bezoeker, leerkracht of geïnteresseerd in evenementen? Switch hier naar een aanbod op maat.