Technopolis is gesloten
slide

Haal kleur uit een snoepje ...

... en ontdek een verrassend regenboogeffect

Op verpakkingen van voedsel vind je altijd een lijst met ingrediënten terug. Fabrikanten zijn verplicht om die ingrediënten te vermelden, omdat consumenten moeten weten wat ze eten. Vaak zie je in de ingrediëntenlijst ook een aantal E-nummers staan. Elk E-nummer staat voor een additief of hulpstof. Die geven voedingsmiddelen een langere houdbaarheid, mooiere kleur, sterkere smaak... In snoep zitten vaak E-nummers die zorgen voor een mooiere kleur. In dit experiment ga je het kleurenpalet van M&M's 'ontrafelen'.

      

Wat heb je nodig?

  • M&M's, van elke kleur eentje
  • witte koffiefilter
  • schaar
  • zes wattenstaafjes
  • hoog glas water
  • twee bladen kladpapier
  • potlood

Aan de slag!

Stap 1: Knip zeven stroken van 2cm breed uit de koffiefilter. Plooi één kant van alle strookjes filterpapier om op ongeveer 2cm van het uiteinde. 

Stap 2: Hang één van de strookjes in het glas, door het gevouwen deel op de rand van het glas te laten rusten. Je kan het strookje ook over een satéstokje hangen. Doe net zoveel water in het glas, dat het strookje papier net in het water bengelt. Het filterpapier zuigt het water op. 

Stap 3: Neem nu de overige strookjes filterpapier. Leg de strookjes voor je op een blad kladpapier en schrijf op het omgeplooide stukje de kleuren van de M&M's die je gaat testen. Zet met een potlood een stipje op ongeveer 2cm van de onderkant van de strookjes. 

Stap 4: Maak het uiteinde van een wattenstaafje nat en wrijf er zachtjes mee over een M&M. Wanneer de kleur loskomt (wanneer er een klein beetje kleur op het wattenstaafje verschijnt), wrijf je zachtjes met de natte kant van het snoepje over het strookje filterpapier, ter hoogte van het potloodstipje. Doe dit voor elke M&M kleur. 

OPGELET: Wanneer de vlek niet voldoende gekleurd is, wacht je even tot het filterpapier droog is en gebruik je hetzelfde snoepje opnieuw. 

Stap 5: Hang de strookjes één voor één in het glas water. De strookjes mogen net in het water bengelen, de kleurstof vlekken niet. 

Stap 6: Neem de strookjes uit het glas wanneer het water bijna de bovenrand van het glas bereikt. Leg de strookjes papier te drogen op een blad kladpapier. 

Wat gebeurt er?

Het water trekt in het filterpapier en 'klimt' omhoog. Onderweg neemt het de kleurstoffen mee naar boven. Niet elke kleurstof reist even snel door het filterpapier.

img

Hoe zit dat?

Wanneer het papier het water aanzuigt, lossen de kleurstoffen op in het water en worden ze mee naar boven gezogen. Maar de structuur van het papier houdt de grote kleurstofmoleculen gedeeltelijk tegen. Kleurstofmoleculen hebben het moeilijker om door papier te migreren dan watermoleculen.

Kleurstoffen die minder goed oplossen in water, zullen minder snel doorheen het filterpapier omhoog reizen. Grotere kleurstofmoleculen of kleurstoffen die zich beter vasthechten aan papier (denk aan inkt!) zullen ook minder snel omhoog gezogen worden. De chemische samenstelling van een kleurstof bepaalt hoe goed de kleurstof zich aan het papier hecht.

Omdat de reissnelheid doorheen filterpapier in water verschilt, worden verschillende kleurstoffen uit elkaar gehaald. bij de bruine snoepjes bijvoorbeeld, zie je dat de blauwe kleurstof sneller reist dan de rode. De oranje kleurstof wordt het traagst opgezogen.

De techniek die we voor deze proef gebruiken om kleurstoffen van elkaar te scheiden, heet chromatografie. In laboratoria gebruikt men deze techniek ook om andere stoffen in een bepaald mengsel te scheiden. Chromatografische scheiding wordt niet alleen voor kleurstoffen gebruikt, maar ook voor kleurloze stoffen (bijvoorbeeld eiwitmengsels).

Wil je meer weten over de herkomst van de kleuren van M&M's? In onze blog lees je er alles over! 

Ben je leerkracht? Klik dan op onderstaande knoppen om te ontdekken hoe dit proefje in jouw lessen past.

Leerlingen uit het lager onderwijs kunnen dit proefje zelf doen.

In het educatief pakket 'Biotechniek' ontdek je hoe je dit proefje kan integreren in je lessen.

Dit proefje kan gebruikt worden om volgende vakgebonden eindtermen binnen het vak ‘Wetenschap en techniek' te helpen realiseren:

  • 1.3 De leerlingen kunnen in een beperkte verzameling van organismen en gangbare materialen gelijkenissen en verschillen ontdekken en op basis van minstens één criterium een eigen ordening aanbrengen en verantwoorden;
  • 1.14 De leerlingen kunnen van courante materialen uit hun omgeving enkele eigenschappen aantonen;
  • 2.9 De leerlingen kunnen een probleem ontstaan vanuit een behoefte, technisch oplossen door verschillende stappen van het technisch proces te doorlopen. 

Leerlingen uit het secundair onderwijs kunnen dit proefje zelf doen.

Dit proefje kan gebruikt worden om volgende vakgebonden eindtermen binnen het vak 'natuurwetenschappen’ te helpen realiseren:

  • 20 De leerlingen kunnen onder begeleiding, een natuurwetenschappelijk probleem herleiden tot een onderzoeksvraag, en een hypothese of verwachting over deze vraag formuleren;
  • 21 De leerlingen kunnen onder begeleiding, bij een onderzoeksvraag gegevens verzamelen en volgens een voorgeschreven werkwijze een experiment, een meting of een terreinwaarneming uitvoeren;
  • 26 De leerlingen kunnen gehanteerde wetenschappelijke concepten verbinden met dagelijkse waarnemingen, concrete toepassingen of maatschappelijke evoluties.

Ben je bezoeker, leerkracht of geïnteresseerd in evenementen? Switch hier naar een aanbod op maat.