Navigeer dropdown

De eetbare inhoud van eieren is netjes ingepakt in een harde schaal, maar toch kan je aan de buitenkant allerlei dingen te weten komen over de binnenkant.

      

Wat heb je nodig?

  • Een beker water
  • Eieren

Aan de slag!

Laat de eieren één voor één te water 

Wat gebeurt er?

Verse eieren zinken naar de bodem. Een iets ouder eitje zal lichtjes met de stompe kant naar boven gaan staan. Oude eieren staan loodrecht op hun spitse kant, of gaan zelfs zweven of drijven in het water.

img

Hoe zit dat?

Aan de luchtkamer kan je zien hoe oud een ei is: hoe groter de luchtkamer, hoe ouder het ei. Hoe groot de luchtkamer is, kan je ontdekken door een zaklamp vast te tapen aan een wc-rolletje en dan aan het andere uiteinde een eitje te houden. Of je kan het ei gewoon in een kom water leggen. Want terwijl het volume van een ei constant blijft, neemt de massa af met het ouder worden door verdampend vocht. 

Trouwens, niet alle drijvende eieren zijn over datum. Hoe groot de luchtkamer ook is, het rottingsproces treedt pas in gang wanneer er bacteriën via de poreuze schaal binnendringen. Van nature zijn eieren daartegen beschermd d.m.v. een beschermlaagje, de ‘cuticula’. Die kan beschadigd raken door scheurtjes of zelfs door het ei ‘schoon te maken’. 

Meer weten? Lees dan onze blog waarin je alles leert over verse - en rotte - eitjes. 

Ben je leerkracht? Klik dan op onderstaande knoppen om te ontdekken hoe dit proefje in jouw lessen past.

Deze proef kan gebruikt worden als demo in het kleuteronderwijs.

Dit proefje kan gebruikt worden om volgende vakgebonden eindtermen binnen het vak ‘wetenschap en techniek’ te helpen realiseren:

  • 1.4 De kleuters kunnen organismen en gangbare materialen ordenen aan de hand van eenvoudige, zelf gevonden criteria; 
  • 2.8 De kleuters zijn bereid hygiënisch, veilig en zorgzaam te werken.

Leerlingen uit het lager onderwijs kunnen dit proefje zelf doen.

Dit proefje kan gebruikt worden om volgende vakgebonden eindtermen binnen het vak ‘wetenschap en techniek’ te helpen realiseren:

  • 1.2 De leerlingen kunnen, onder begeleiding, minstens één natuurlijk verschijnsel dat ze waarnemen via een eenvoudig onderzoek toetsen aan een hypothese;
  • 1.3 De leerlingen kunnen in een beperkte verzameling van organismen en gangbare materialen gelijkenissen en verschillen ontdekken en op basis van minstens één criterium een eigen ordening aanbrengen en verantwoorden;
  • 1.15 De leerlingen kunnen illustreren dat een stof van toestand kan veranderen.

Ben je bezoeker, leerkracht of geïnteresseerd in evenementen? Switch hier naar een aanbod op maat.