Technopolis is open
Van 9u30 tot 17u00
slide

Kan je lopen op een vloeistof?

Ontdek de eigenschappen van een niet-Newtoniaanse vloeistof

Door zetmeel te mengen met water, krijg je een vloeistof die zich heel merkwaardig gedraagt ... of is het geen vloeistof?

      

Opgelet

Na de proef: giet het mengsel niet in de gootsteen. Laat het zetmeel bezinken, giet het water weg en gooi de rest weg. 

Wat heb je nodig?

  • een kom (groot of klein)
  • 2 delen zetmeel (bijvoorbeeld maïzena)
  • 1 deel water 
  • iets om mee te roeren (groot of klein) 

Aan de slag!

Stap 1: Giet het water in de kom. 

Stap 2: Doe er nu stap voor stap het zetmeel bij, waarbij je het geheel voortdurend zachtjes mengt. 

Stap 3: Experimenteer met het gemaakte goedje: kan je er je hand in onderdompelen? Wat als je met je vuist op het vloeistofoppervlak slaat? 

img
img

Wat gebeurt er?

Als je traag in het mengsel roert, dan lijkt het een doodnormale vloeistof. Maar als je er druk op uitoefent, wordt het plots keihard! 

img

Hoe zit dat?

De lijmachtige substantie die ontstaat bij het mengen van zetmeel en water, noemen we een ‘niet-Newtoniaanse vloeistof’. Die gedraagt zich heel apart: als je er traag in roert, lijkt het een doodnormale vloeistof. Maar als je er druk op uitoefent – bijvoorbeeld met een hamer – dan wordt het plots keihard! De meeste vloeistoffen die we kennen uit het dagelijkse leven zijn Newtoniaans: hun viscositeit hangt niet af van de druk die op zo'n vloeistof wordt uitgeoefend. Bij niet-Newtoniaanse vloeistoffen is de viscositeit wel afhankelijk van de druk. Andere voorbeelden van niet-Newtoniaanse vloeistoffen zijn ketchup, lava, drijfzand ... 

Eigenlijk lost het zetmeel in dit mengsel niet op in water, maar verspreiden de korreltjes zich in een ‘suspensie’. Wanneer je er druk op uitoefent, komen de zetmeeldeeltjes dichter bij elkaar te zitten en ‘vangen’ ze het water tussen hen in. Op dat moment kan het water dus niet meer makkelijk tussen de zetmeeldeeltjes doorheen stromen. Dat lukt wel wanneer er geen druk op de suspensie wordt uitgeoefend en de zetmeeldeeltjes niet tegen elkaar gedrukt worden.

Ben je leerkracht? Klik dan op onderstaande knoppen om te ontdekken hoe dit proefje in jouw lessen past.

Leerlingen uit het lager onderwijs kunnen dit proefje zelf doen.

Dit proefje kan gebruikt worden om volgende vakgebonden eindterm binnen het vak ‘Wetenschappen en techniek’ te helpen realiseren:

  • 1.3 De leerlingen kunnen in een beperkte verzameling van organismen en gangbare materialen gelijkenissen en verschillen ontdekken en op basis van minstens één criterium een eigen ordening aanbrengen en verantwoorden.

Leerlingen uit de eerste graad van het secundair onderwijs kunnen dit proefje zelf doen.

Dit proefje kan gebruikt worden om volgende vakgebonden eindtermen binnen het vak ‘Natuurwetenschappen’ te helpen realiseren:

  • 10 De leerlingen kunnen in concrete voorbeelden aantonen dat er verschillende soorten krachten kunnen voorkomen tussen voorwerpen en dat een kracht de vorm of de snelheid van een voorwerp kan veranderen;
  • 18 De leerlingen kunnen volgende begrippen aan de hand van het deeltjesmodel hanteren: atoom, molecule, zuivere stof, mengsel, temperatuur, aggregatietoestand en faseovergangen. 

Leerlingen uit de tweede graad van het secundair onderwijs kunnen dit proefje zelf doen.

Dit proefje kan gebruikt worden om volgende vakgebonden eindtermen binnen het vak ‘Chemie’ te helpen realiseren:

  • C1 De leerlingen kunnen mengsels en zuivere stoffen onderscheiden aan de hand van gegeven of waargenomen fysische eigenschappen;
  • C2 De leerlingen kunnen mengsels herkennen als homogeen, heterogeen, een oplossing, emulsie of suspensie op basis van aggregatietoestand of informatie over de deeltjesgrootte van de componenten;

Ben je bezoeker, leerkracht of geïnteresseerd in evenementen? Switch hier naar een aanbod op maat.