Technopolis is gesloten
slide

Rietjeshelikopter

Maak zoveel mogelijk cirkels met één ademteug!

De wet van actie en reactie simpel uitleggen? Bouw dan een eenvoudige rietjeshelikopter, haal diep adem en … blaas je tegenstanders omver!

      

Wat heb je nodig?

  • 2 rietjes
  • schaar

Aan de slag!

Stap 1: Knip 10 cm van de onderkant van één van de rietjes en gooi het afgeknipte stukje weg.

Stap 2: Knip een gleufje van 2 cm in de onderkant van het andere rietje. 

Stap 3: Duw het lange rietje ter hoogte van het gleufje plat en steek het in de onderkant van het korte rietje. 

Stap 4: Hou de constructie rechtop en plooi één zijde naar je toe, de andere zijde naar links of rechts. 

Stap 5: Maak je lippen goed nat en neem één uiteinde in je mond. Adem diep in en ... blazen maar!

 

img

Wat gebeurt er?

Je blaast lucht doorheen het rietje. Aan de andere kant van het rietje, verlaat de lucht het rietje. De uitstromende lucht duwt het rietje in de andere richting. In de natuurkunde heet dat ‘de wet van actie en reactie’.

 

Hoe zit dat?

Gewone vliegtuigen maken handig gebruik van de eigenschappen van lucht om te vliegen. Maar in de ruimte is er geen lucht. Daarom maken raketbouwers graag gebruik van de wet van actie en reactie. De raketmotoren van ruimteraketten spuwen grote hoeveelheden gas naar buiten, afkomstig van de verbranding van raketbrandstof. Als tegenreactie, wordt de raket in de andere richting geduwd. Net zoals wanneer jij op de rietjeshelikopter blaast!

Ben je leerkracht? Klik dan op onderstaande knoppen om te ontdekken hoe dit proefje in jouw lessen past.

Leerlingen uit het kleuteronderwijs kunnen dit proefje zelf doen.

Dit proefje kan gebruikt worden om volgende vakgebonden eindterm binnen het vak ‘Wetenschappen en techniek’ te helpen realiseren:

  • 1.2 De kleuters tonen een explorerende en experimenterende aanpak om meer te weten te komen over de natuur. 

Leerlingen uit het lager onderwijs kunnen dit proefje zelf doen.

Dit proefje kan gebruikt worden om volgende vakgebonden eindtermen binnen het vak ‘Wetenschappen en techniek’ te helpen realiseren:

  • 1.2 De leerlingen kunnen, onder begeleiding, minstens één natuurlijk verschijnsel dat ze waarnemen via een eenvoudig onderzoek toetsen aan een hypothese; 
  • 1.16 de leerlingen kunnen met enkele voorbeelden aantonen dat energie nodig is voor het functioneren van levende en niet-levende systemen en kunnen daarvan de energiebronnen benoemen. 

Ben je bezoeker, leerkracht of geïnteresseerd in evenementen? Switch hier naar een aanbod op maat.