Technopolis is gesloten
slide

Superkoel ijs

Hoe koel je zo snel mogelijk je drankje?

      

Opgelet

Dompel je blote handen niet onder in het superkoele water! 

Wat heb je nodig?

  • Grote kom water
  • Houten lepel
  • IJsblokjes
  • Zout
  • Eetlepel
  • Drankjes
  • Thermometer

Aan de slag!

Stap 1: Meet de begintemperatuur van het water en leg een drankje in de kom

Stap 2: Doe wat ijsblokjes in de kom

Stap 3: Strooi enkele eetlepels zout over het ijs en roer zachtjes

Stap 4: Volg de temperatuur van het water nauwgezet op

img
img

Wat gebeurt er?

Op enkele minuten tijd kan de temperatuur meer dan 20°C dalen! 

Hoe zit dat?

Als je een drankje wil afkoelen, wil dat eigenlijk zeggen dat je de ‘warmte-energie’ uit het drankje wil halen. De meest logische manier om dat te doen, is door het blikje in de kou te leggen. Bijvoorbeeld in de koelkast, of in de diepvriezer. Dat werkt als je voldoende tijd hebt. Het gaat traag omdat er weinig contact is tussen het drankje en de kou.

Warmte-overdracht gaat het beste via ‘geleiding’, waarbij twee stoffen met elkaar in contact zijn. Gewoon in lucht, gaat het veel minder goed. Daarom helpt het om je blikje in koud water onder te dompelen. Dan is er heel veel contact tussen het warme blik en het koude water. Warmte kan dan makkelijk via geleiding van het blikje naar het omringende water getransporteerd worden. 

Het komt er dus op aan om je water zo koud mogelijk te krijgen. Dat kan je doen door ijs toe te voegen, met wat extra zout. Zout verlaagt het vriespunt van water – en dus ook het smeltpunt van ijs. Dat wil zeggen dat ijs niet smelt bij 0°C, maar bij een lagere temperatuur. Dat is ook de reden waarom we zout strooien in de winter: het ijs zal sneller smelten.

Als water 10 procent zout bevat, smelt het al bij -6°C, met 20 procent bij -16°C, en zo kun je doorgaan tot het water 'verzadigd' is (359g/l water) en er geen zout meer kan oplossen: dan kom je aan -21,1 °C. 

Waarom koelt ijs dat sneller smelt, ons drankje af? Omdat ijs warmte nodig heeft om te kunnen smelten. Hoe groter het temperatuurverschil, hoe meer warmte het ijs onttrekt aan de omgeving. Door zout toe te voegen, vergroten we het temperatuurverschil, waardoor er veel meer warmte aan het omringende water én aan het drankje wordt onttrokken. De temperatuur van het blikje daalt dus pijlsnel! 

Ben je leerkracht? Klik dan op onderstaande knoppen om te ontdekken hoe dit proefje in jouw lessen past.

Leerlingen uit het lager onderwijs kunnen dit proefje zelf doen.

 

Dit proefje kan gebruikt worden om volgende vakgebonden eindtermen binnen het vak ‘Wetenschappen en techniek’ te helpen realiseren:

  • 1.1 De leerlingen kunnen gericht waarnemen met alle zintuigen en kunnen waarnemingen op een systematische wijze noteren;
  • 1.15 de leerlingen kunnen illustreren dat een stof van toestand kan veranderen.

Leerlingen uit de eerste graad van het secundair onderwijs kunnen dit proefje zelf doen.

 

Dit proefje kan gebruikt worden om volgende vakgebonden eindtermen binnen het vak ‘Natuurwetenschappen’ te helpen realiseren:

  • 14 De leerlingen kunnen waarneembare fysische veranderingen van een stof in verband brengen met temperatuursveranderingen;
  • 16 de leerlingen kunnen warmtetransport (geleiding, convectie, straling) met concrete voorbeelden illustreren.

Ben je bezoeker, leerkracht of geïnteresseerd in evenementen? Switch hier naar een aanbod op maat.