20
Navigeer dropdown

Oefen hier alvast en vuur je eigen raket af.

      

Wat heb je nodig?

  • Plastic afvoerbuizen (diameter 3,2 cm) 
  • Korte plastic buis met kleinere diameter (ongeveer 20cm lang en een diameter van 1,5 cm) 
  • Zaag 
  • T-stuk 
  • Y-stuk
  • Elleboog (L-stuk) 
  • Lege petfles van 2 liter
  • Duct tape 
  • Polyurethaanschuim, polyetherschuim of piepschuim
  • Breekmes 
  • Papier 
  • Schaar en plakband 
img

Aan de slag!

Stap 1:
Zaag de plastic afvoerbuizen in stukken. Je hebt 3 korte stukken nodig (ongeveer 30 cm) en 2 lange (ongeveer 60 cm).

Stap 2: 
Maak een lanceertuig zoals op de foto. Je hoeft niet exact dezelfde constructie te maken. Belangrijk is dat je maaksel op drie ‘poten’ steunt en dat één poot door middel van een elleboogstuk en een lange plastic buis verlengd wordt. De andere lange buis moet schuin naar boven wijzen. Sluit de twee korte poten luchtdicht af met duct tape.

Stap 3:
Bevestig de petfles aan het uiteinde van de verlengde ‘poot’. Sluit het geheel luchtdicht af met duct tape. 

Stap 4:
Bevestig de korte, dunne buis aan het uiteinde van de bovenste afvoerbuis. Doe dat met behulp van een cilindervormig stukje polyurethaanschuim (of een ander soort schuim). Met een breekmes kun je zo’n stukje zelf uitsnijden. Sluit het geheel luchtdicht af met duct tape.

Stap 5:
Bouw een papieren raket. Gebruik de dunste plastic buis om je raket de juiste diameter te geven. Voorzie je raket van een neus en van vinnen. 

Stap 6:
Plaats de raket op de raketlanceerder. Til je voet op, tel af (3… 2… 1…) en stamp op de petfles.

img

Wat gebeurt er?

De lucht in de raketlanceerder wordt samengeperst en duwt je raket krachtig de lucht in.

img

Tips voor een stabiele raketvlucht

Verzwaar de punt van je raket, bijvoorbeeld met een paperclip. Zo wordt het zwaartepunt van de raket naar voren verplaatst.

Vleugels achteraan de raket zorgen ervoor dat het drukpunt van de raket achteraan komt te liggen. Dat zorgt voor stabiliteit.

Ben je leerkracht? Klik dan op onderstaande knoppen om te ontdekken hoe dit proefje in jouw lessen past.

Leerlingen uit het lager onderwijs kunnen dit proefje zelf doen.

Dit proefje kan gebruikt worden om volgende vakgebonden eindtermen binnen het vak ‘Wetenschap en techniek’ te helpen realiseren:

2.2 de leerlingen kunnen specifieke functies van onderdelen bij eenvoudige technische systemen onderzoeken door middel van hanteren, monteren of demonteren;

2.6 de leerlingen kunnen illustreren hoe technische systemen onder meer gebaseerd zijn op kennis over eigenschappen van materialen of over natuurlijke verschijnselen;

2.12 de leerlingen kunnen keuzen maken bij het gebruiken of realiseren van een technisch systeem, rekening houdend met de behoefte, met de vereisten en met de beschikbare hulpmiddelen;

2.13 de leerlingen kunnen een eenvoudige werktekening of handleiding stap voor stap uitvoeren.

Leerlingen uit de eerste graad van het secundair onderwijs kunnen dit proefje zelf doen.

Dit proefje kan gebruikt worden om volgende vakgebonden eindtermen binnen het vak ‘Techniek’ te helpen realiseren:

3 de leerlingen kunnen in concrete voorbeelden aangeven dat het bestuderen en aanpassen van een technisch systeem leidt tot optimalisering, innovatie en/of nieuwe uitvindingen;

12 de leerlingen kunnen modellen, tests en evaluaties gebruiken om een eenvoudig technisch systeem te ontwerpen uitgaande van een gedefinieerd probleem en rekening houdend met vooropgestelde normen en criteria;

13 de leerlingen kunnen een gegeven of eigen ontwerp planmatig uitvoeren met oog voor vereisten van kwaliteit, veiligheid, ergonomie en milieu;

14 de leerlingen kunnen een technisch systeem in gebruik nemen;

29 de leerlingen kunnen de wederzijdse beïnvloeding van techniek en samenleving illustreren in verschillende toepassingsgebieden uit de wereld van techniek waaronder energie, informatie en communicatie, constructie, transport en biochemie.

 

Ben je bezoeker, leerkracht of geïnteresseerd in evenementen? Switch hier naar een aanbod op maat.