Navigeer dropdown

Inkt die je bijna nét zo vlot weer afveegt dan hij op een glad oppervlak hecht: het eigenaardige gedrag van whiteboardstiften is het gevolg van een ingenieus samenspel aan chemische eigenschappen. En dat maakt hen uiterst geschikt om … zwemmende tekeningen mee te maken!

      

Wat heb je nodig?

  • Whiteboardstift(en)
  • Bord
  • Water 
  • Rietje (optioneel)

Aan de slag!

Stap 1: Maak een tekening op het bord. Ga minstens tweemaal over elke lijn, zodat het een 'stevige' tekening wordt.  

Stap 2: Giet heel voorzichtig een laagje water in het bord.  

img

Wat gebeurt er?

De tekening drijft op het water. Probeer de tekening te laten bewegen, met je vinger in het water of met een rietje waar je doorheen blaast. 

img

Hoe zit dat?

Een whiteboardstift heeft dezelfde ingrediënten als een gewone stift, plus een 'losmiddel'. Al die ingrediënten zijn opgelost in een alcohol. Zodra de inkt de stift verlaat, verdampt de alcohol. De kleurstoffen zijn niet oplosbaar in het losmiddel. Er ontstaan twee laagjes: een laagje inkt bovenop een laagje losmiddel (zoals een laagje olie dat drijft op water).

Daardoor kan je whiteboard inkt zo makkelijk weer afvegen. De kleurstoffen zijn ook onoplosbaar in water. Ze drijven op water, net zoals olie. En zo kan je dus een zwemmende tekening maken! 

Meer info over de werking van whiteboardstiften kan je lezen in onze blog

Ben je leerkracht? Klik dan op onderstaande knoppen om te ontdekken hoe dit proefje in jouw lessen past.

Leerlingen uit het kleuteronderwijs kunnen dit proefje zelf doen.

Dit proefje kan gebruikt worden om volgende vakgebonden eindtermen binnen het vak ‘Wetenschappen en techniek’ te helpen realiseren:

  • 1.2 De kleuters tonen een explorerende en experimenterende aanpak om meer te weten te komen over de natuur;  
  • 1.4 de kleuters kunnen organismen en gangbare materialen ordenen aan de hand van eenvoudige, zelf gevonden criteria. 

Leerlingen uit het lager onderwijs kunnen dit proefje zelf doen.

Dit proefje kan gebruikt worden om volgende vakgebonden eindtermen binnen het vak ‘Wetenschappen en techniek’ te helpen realiseren:

  • 1.2 De leerlingen kunnen kunnen, onder begeleiding, minstens één natuurlijk verschijnsel dat ze waarnemen via een eenvoudig onderzoek toetsen aan een hypothese; 
  • 1.3 de leerlingen kunnen in een beperkte verzameling van organismen en gangbare materialen gelijkenissen en verschillen ontdekken en op basis van minstens één criterium een eigen ordening aanbrengen en verantwoorden;
  • 1.14 de leerlingen kunnen van courante materialen uit hun omgeving enkele eigenschappen aantonen. 

Leerlingen uit de eerste graad van het secundair onderwijs kunnen dit proefje zelf doen.

Dit proefje kan gebruikt worden om volgende vakgebonden eindtermen binnen het vak ‘Natuurwetenschappen’ te helpen realiseren:

  • 21 De leerlingen kunnen onder begeleiding, bij een onderzoeksvraag gegevens verzamelen en volgens een voorgeschreven werkwijze een experiment, een meting of een terreinwaarneming uitvoeren. 

Leerlingen uit de eerste graad van het secundair onderwijs kunnen dit proefje zelf doen.

Dit proefje kan gebruikt worden om volgende vakgebonden eindtermen binnen het vak ‘Chemie’ te helpen realiseren:

  • C10 De leerlingen kunnen het oplosproces in verband brengen met het polaire of apolaire karakter van de opgeloste stof en het oplosmiddel.

Ben je bezoeker, leerkracht of geïnteresseerd in evenementen? Switch hier naar een aanbod op maat.