Navigeer dropdown

Spelenderwijs leren met spiegels, hoeken en licht.

      

Opgelet!

Vraag hulp aan een volwassene

Wat heb je nodig?

  • 2 spiegels (20 x 5 cm)
  • 1 zwart karton (20 x 5 cm) 
  • 1 soepel karton (20 x 20 cm) 
  • 1 stevig karton ( 8 x 8 cm)
  • plakband
  • schaar
  • kleine stukjes gekleurd en glanzend papier
  • 2 velletjes dun doorzichtig plastic (8 x 8 cm)
  • 1 elastiekje   
img

Aan de slag!

Stap 1:
Plak eerst de twee spiegels en het zwart karton in een driehoek aan elkaar. Zorg dat de spiegelkanten naar binnen staan.    

Stap 2:
Plak er daarna het soepel karton stevig rond om een buis te maken.     

Stap 3:
Knip dan een kartonnen schijf die op het ene uiteinde van de buis past. Maak een gaatje in het midden. Plak de kartonnen schijf vast.    

Stap 4:
Bevestig nu een stukje doorzichtig plastic over het andere uiteinde. Maak dit vast met een elastiekje.

Stap 5:
Strooi er dan kleine stukjes gekleurd en/of glanzend papier over. Bedek ze met een ander velletje plastic en plak dat vast.    

Stap 6:
Houd ten slotte je caleidoscoop naar het licht. 

 

img

Wat gebeurt er?

Bekijk de mooie patronen. Schud met de buis om het patroon veranderen.

img

Hoe zit dat?

Zo'n kijkbuis met mooie beelden noemen we een caleidoscoop. De caleidoscoop is een echt kijkwonder. Je ziet steeds nieuwe dingen. Schitterende lichtpatronen, een cirkel van beelden en licht... 

Het woord 'caleidoscoop' is afkomstig uit het Grieks. Het woord 'caleido' betekent 'bont' en het woord 'scoop' betekent 'kijker'. Denk maar aan bioscoop, telescoop... De caleidoscoop werkt doordat voorwerpen verscheidene keren in de caleidoscoop weerkaatst worden. Je kan dit ook zien wanneer je een voorwerp in de hoek voor twee gelijke spiegels plaatst. 

Ben je leerkracht? Ontdek hier hoe dit proefje in jouw lessen past.

Leerlingen uit het lager onderwijs kunnen dit proefje zelf doen.

Dit proefje kan gebruikt worden om volgende vakgebonden eindtermen binnen het vak ‘Wetenschap en techniek’ te helpen realiseren:

1.2 de leerlingen kunnen, onder begeleiding, minstens één natuurlijk verschijnsel dat ze waarnemen via een eenvoudig onderzoek toetsen aan een hypothese.

2.6 de leerlingen kunnen illustreren hoe technische systemen onder meer gebaseerd zijn op kennis over eigenschappen van materialen of over natuurlijke verschijnselen;

2.13 de leerlingen kunnen een eenvoudige werktekening of handleiding stap voor stap uitvoeren.

Ben je bezoeker, leerkracht of geïnteresseerd in evenementen? Switch hier naar een aanbod op maat.