Minimumdoelen AI rondleiding 5/6 LO

2024 11 20 Technopolis AI 0269

Deze rondleiding helpt je volgende minimumdoelen af te vinken:

Minimumdoelen 6de leerjaar

Informatiegeletterdheid

  • 8.2.5 De leerlingen kennen het volgende begrip: de artificiële intelligentie.

Woordenschat (richtinggevend)

taalmodel

  • 8.2.6 De leerlingen kunnen een zoekstrategie uitwerken, toepassen en indien nodig bijsturen vanuit de principes van computationeel denken.
    • bv. een eenvoudige en effectieve prompt formuleren in een door de school beschikbaar gestelde AI-tool om content/​informatie te verkrijgen >
  • 8.2.7 De leerlingen kunnen aan de hand van aangereikte criteria digitale bronnen beoordelen op bruikbaarheid, betrouwbaarheid en correctheid.
  • 8.2.8 De leerlingen kunnen voorbeelden geven van toepassingen waarin AI gebruikt wordt.
  • bv. spraakherkenning, vertaaltools, aanbevelingssysteem >

Mediawijsheid

  • 8.3.1 De leerlingen kennen de volgende begrippen: het auteursrecht, het portretrecht, de online veiligheid, het nepnieuws.

    < * auteursrecht: bescherming van eigen creaties * portretrecht: recht op afbeelding

    * online veiligheid: verantwoord gedrag om jezelf en anderen te beschermen op het internet * nepnieuws: informatie die bewust fout of verzonnen is om mensen te misleiden >

    Woordenschat (richtinggevend)


privacy-instellingen, grenzen stellen, nettiquette

  • 8.3.2 De leerlingen kennen basisprincipes van auteursrecht en portretrecht:
    • wat iemand zelf maakt, zoals een tekst, foto of video, mag niet zomaar door anderen gebruikt of gekopieerd worden;
    • iemand mag niet gefotografeerd of gefilmd worden zonder goedkeuring van die persoon;
    • een foto of video waarop iemand herkenbaar afgebeeld staat mag enkel gepubliceerd of gedeeld worden als die persoon toestemming geeft.
  • 8.3.3 De leerlingen kennen mogelijkheden om zichzelf en anderen online te beschermen.
    • < bv. * een sterk wachtwoord kiezen * weten met wie je omgaat * weten bij wie je terechtkunt voor hulp >
  • 8.3.4 De leerlingen kunnen de impact van digitale media op hun eigen leefwereld, fysieke en morele integriteit en die van anderen illustreren waaronder:
    • ethische aspecten;
    • sociale aspecten;
    • regelgevende aspecten;
    • gezondheidsaspecten;
    • veiligheidsaspecten.

      < bv. * berichten of screenshots bekijken en herkennen wanneer iemand wordt buitengesloten, gepest of gekwetst * herkennen hoe bedrijven leerlingen proberen te beïnvloeden via online reclame, spelletjes of influencers * situaties herkennen waarin veel schermtijd leidt tot vermoeidheid of afleiding * cookies herkennen als het gevolg van de privacywet >