Je leerlingen als forensisch onderzoeker
Amélie is na een kidnapping terecht, maar … spijtig genoeg weet ze niets meer over de hele zaak en kan ze de politie niet verder helpen met de zoektocht naar haar ontvoerder. Het enige bewijsstuk dat er gevonden is, is een klein stukje onbekend plastic.
Je leerlingen nemen de rol van forensisch onderzoeker op en gaan aan de slag om de unieke eigenschappen van allerlei gekende soorten plastic te onderzoeken.
Wat onderzoeken je leerlingen?
Aan de hand van de resultaten wordt er een grote determinatietabel opgesteld. Met behulp van de determinatietabel kan het onbekende stukje plastic onderzocht en gedetermineerd worden.
Dankzij enkele beschrijvingen van potentiële daders kunnen je leerlingen het gedetermineerde plastic linken aan de kidnapper en zo ‘De verdwijning van Amélie’ oplossen.

Wat leren je leerlingen bij?
Je leerlingen maken kennis met de verschillende eigenschappen van plastic en leren resultaten interpreteren, vergelijken en in een determinatietabel gieten.
Vervolgens gebruiken ze de tabel om nieuwe observaties uit te voeren. Tijdens de workshop onderzoeken je leerlingen eigenschappen als dichtheid, aanwezigheid van chloor, aanwezigheid van zetmeel, oplosbaarheid en maken ze kennis met recyclagecodes en de verschillende toepassingen van plastic.
Welke materialen?
- Bunsenbrander
Welke onderwerpen?
- Stofeigenschappen
- Polymeren/kunststof
- Densiteit
- Oplosbaarheid
- Indicatoren
In jouw school
Deze workshop kan ook in jouw school plaatsvinden. Ontdek de rest van ons aanbod op school.
In Technopolis
Wist je dat je deze workshop ook apart kan reserveren? Combineer je deze met een klasbezoek, dan betaal je naast de prijs voor de workshop € 10 toegang per leerling.
Deze workshop helpt je enkele minimumdoelen af te vinken
A‑stroom
Nederlands
- 02.02 De leerlingen beoordelen doelgericht informatie op betrouwbaarheid, correctheid en bruikbaarheid bij het lezen en luisteren.
- 02.03 De leerlingen selecteren relevante informatie bij het lezen en beluisteren van teksten.
- 02.05 De leerlingen spreken en schrijven doelgericht.
- 02.07 De leerlingen nemen doelgericht deel aan mondelinge en schriftelijke interactie.
- 02.09 De leerlingen zetten eerder en nieuwverworven woordenschat in ter ondersteuning van hun communicatieve handelingen.
- BG02.01 De leerling haalt bij het lezen en luisteren doelgericht het onderwerp en relevante informatie uit niet-fictionele teksten.
- BG02.03 De leerling neemt doelgericht deel aan eenvoudige mondelinge en schriftelijke interactie.
Wiskunde, natuurwetenschappen, technologie, STEM
- 06.34 De leerlingen leggen het verband tussen massadichtheid, volume en massa.
- 06.36 De leerlingen analyseren eigenschappen van materialen en grondstoffen in functie van een probleemstelling.
- 06.39 De leerlingen werken op een veilige en duurzame manier met materialen, stoffen, organismen en technische systemen.
- 06.40 De leerlingen gebruiken met de nodige nauwkeurigheid meetinstrumenten en hulpmiddelen.
- 06.42 De leerlingen voeren onderzoek aan de hand van een wetenschappelijke methode om kennis te ontwikkelen en om vragen te beantwoorden.
- 06.43 De leerlingen ontwerpen een oplossing voor een probleem door wetenschappen, technologie of wiskunde geïntegreerd aan te wenden.
Leercompetenties
- 13.01 De leerlingen reflecteren over het eigen leerproces en sturen het doelgericht bij.
- 13.02 De leerlingen zetten (meta)cognitieve leer- en regulatiestrategieën in om zich leerinhouden eigen te maken.
- 13.03 De leerlingen gebruiken school- en vaktaal.
- 13.04 De leerlingen zoeken doelgericht informatie in diverse bronnen en verwerken die op een kritische en systematische manier.
B‑stroom
Nederlands
- 02.01 De leerlingen bepalen het onderwerp, de hoofdgedachte en de hoofdpunten bij het doelgericht lezen en beluisteren van teksten.
- 02.03 De leerlingen selecteren relevante informatie bij het lezen en beluisteren van teksten.
- 02.04 De leerlingen spreken en schrijven doelgericht in eenvoudige communicatieve situaties.
- 02.06 De leerlingen nemen doelgericht deel aan eenvoudige mondelinge en schriftelijke interactie.
- 02.08 De leerlingen zetten eerder en nieuwverworven woordenschat in ter ondersteuning van hun communicatieve handelingen.
- BG02.01 De leerling haalt bij het lezen en luisteren doelgericht het onderwerp en relevante informatie uit niet-fictionele teksten.
- BG02.02 De leerling spreekt en schrijft doelgericht in eenvoudige communicatieve situaties.
- BG02.03 De leerling neemt doelgericht deel aan eenvoudige mondelinge en schriftelijke interactie.
Wiskunde, natuurwetenschappen, technologie, STEM
- 06.21 De leerlingen passen methodes toe om eigenschappen van materialen en grondstoffen vast te stellen in functie van een probleemstelling.
- 06.24 De leerlingen werken op een veilige en duurzame manier met materialen, organismen, stoffen en technische systemen.
- 06.25 De leerlingen gebruiken met de nodige nauwkeurigheid meetinstrumenten en hulpmiddelen.
- 06.27 De leerlingen passen een wetenschappelijke methode toe om vragen te beantwoorden.
- 06.28 De leerlingen ontwerpen een oplossing voor een probleem door wetenschappen, technologie of wiskunde geïntegreerd aan te wenden.
- BG06.03 De leerling gebruikt informatie uit eenvoudige tabellen en diagrammen in betekenisvolle contexten.
Leercompetenties
- 13.01 De leerlingen reflecteren over het eigen leerproces en sturen het doelgericht bij.
- 13.03 De leerlingen gebruiken school- en vaktaal.

