Aantrekkelijk papier

Kan je papiersnippers optillen zonder ze aan te raken?
Papiersnippers stok

Wat heb je nodig?

  • Voorwerpen van plastic (balpen, meetlat, liniaal, kam, buisje…)
  • Papiersnippers
  • Een wollen trui of sok

Aan de slag!

Stap 1: Beweeg een plastic voorwerp boven papiersnippers. Er gebeurt niets.

Stap 2:
Neem nu een wollen trui of sok. Wrijf de wollen trui of sok snel en hard over het plastic voorwerp.

Stap 3:
Hou het plastic voorwerp dan boven de papiersnippers.

Wat gebeurt er?

De papiersnippers springen naar het plastic voorwerp en blijven eraan plakken’.

Hoe zit dat?

Door snel en stevig over een plastic voorwerp te wrijven met een stukje wol, verander je iets aan dat plastic voorwerp. Er springen deeltjes van de wol naar dat voorwerp. Daardoor krijgt het plastic voorwerp een elektrische lading. Die lading noemen we negatief’ of ’ — ‘.

Als je dat opgewreven plastic voorwerp nu boven papiersnippers houdt, dan zie je dat de papiersnippers reageren. Ze springen naar het plastic voorwerp. Het opgewreven plastic voorwerp trekt de papiersnippers aan. Hoe dat komt? Wel, het papier heeft even veel positieve’ of ’ + ’ lading als ’ — ’ lading. Tegengestelde ladingen, ’ + ’ en ’ — ‘, trekken elkaar aan. De ’ + ’ lading van het papier wordt dus aangetrokken door de ’ — ’ lading van het plastic voorwerp.

De elektriciteit die je maakt door te wrijven, wordt statische elektriciteit genoemd. Soms blijven je haren rechtop staan bij het kammen. Hoe komt dat? Door te kammen, wordt de kam elektrisch geladen. De elektrische lading trekt je haar aan en doet het overeind staan. Andere voorbeelden van statische elektriciteit zijn:

  • Een knisperende trui als je hem uittrekt
  • Een prik die je voelt als je de auto aanraakt
  • De sterretjes die je ziet als je in het donker je trui uittrekt
  • De sterretjes die je ziet als je snel van een plastic stoel opstaat
Wetenschap en techniek:
1.4 De kleuters kunnen organismen en gangbare materialen ordenen aan de hand van eenvoudige, zelf gevonden criteria.
Wetenschap en techniek:
1.1 De leerlingen kunnen gericht waarnemen met alle zintuigen en kunnen waarnemingen op een systematische wijze noteren.
1.14 De leerlingen kunnen van courante materialen uit hun omgeving enkele eigenschappen aantonen.
1.2 De leerlingen kunnen, onder begeleiding, minstens één natuurlijk verschijnsel dat ze waarnemen via een eenvoudig onderzoek toetsen aan een hypothese.