Bouw je eigen hovercraft!

Ter land EN ter zee!
Een voertuig dat zich over land én water kan voortbewegen. Hoe cool is dat? In dit experiment maken we onze eigen hovercraft.
hovercraft lucht

Wat heb je nodig?

  • Cd
  • Plastic flessendop die je kan indrukken 
  • Ballon
  • Lijm(pistool)

Heb je geen plastic flessendop die je kan indrukken? Dan kan je ook een gewone flessendop gebruiken. Daar moet je dan eerst een gat in maken.

Aan de slag!

Stap 1: Lijm het topje van de drinkfles aan de cd. Boven het gaatje van de cd.

Stap 2:
Laat de lijm goed drogen.

Stap 3:
Ga met de lijm nog eens langs de rand van de dop.

Stap 4:
Doe de dop van de drinkfles dicht.

Stap 5:
Blaas de ballon op.

Stap 6:
Draai het teutje van de ballon een aantal keren rond zodat de lucht niet meteen ontsnapt en plaats hem over de dop.

Stap 7:
Trek de dop voorzichtig open.

Wat gebeurt er?

De cd beweegt zich voort naar alle kanten.

Hoe zit dat?

De lucht in de ballon wil ontsnappen. De lucht die uit de ballon komt, duwt tegen de tafel. Daardoor gaat je minihovercraft als reactie de tegenovergestelde richting uit, dus omhoog. Tussen de cd en de tafel is er nu praktisch geen wrijving meer. Zo kan de cd zich gemakkelijk voortbewegen.

Hovercrafts worden gebruikt voor reddingsmissies op plaatsen waar je met een gewone boot niet geraakt. Je kan zo mensen redden die in de modder vastzitten of door het ijs zijn gezakt.

Leuk proefje?

Stop dan zeker niet met experimenteren. Wat als je een grotere ballon gebruikt? Of een groter schijfje? Met ons doe-blad kan je thuis of in de klas naar hartenlust meer ontdekken over dit bijzondere proefje.

Welke eindtermen vink je hiermee af?

Wetenschap en techniek:

1.1 De leerlingen kunnen gericht waarnemen met alle zintuigen en kunnen waarnemingen op een systematische wijze noteren.

2.17 De leerlingen kunnen illustreren dat techniek en samenleving elkaar beïnvloeden

2.13 De leerlingen kunnen een eenvoudige werktekening of handleiding stap voor stap uitvoeren.

De leerlingen kunnen aan de hand van voorbeelden uit verschillende toepassingsgebieden van techniek illustreren dat technische systemen nuttig, gevaarlijk en/​of schadelijk kunnen zijn voor henzelf, voor anderen of voor natuur en milieu

Wiskunde, exacte wetenschappen en technologie:

A‑stroom 6.25: De leerlingen onderzoeken het verband tussen snelheid, afstand en tijd.

A‑stroom 6.41: De leerlingen realiseren het technisch systeem op basis van een ontwerp.

A‑stroom 6.49 / B‑stroom 6.32: De leerlingen illustreren de wisselwerking tussen STEM-disciplines onderling en met de maatschappij.

Leercompetenties:

A‑stroom / B‑stroom 13.13: De leerlingen formuleren een antwoord op een onderzoeksvraag of hypothese aan de hand van aangereikte richtlijnen.