De zoemer

Een bij-zzzonder experiment rond geluid.
Zoemen zoals een bij? Doe het met deze zoemer.
Zoemer2

Wat heb je nodig?

  • Een ijslollystokje
  • Plakband
  • Een elastiek
  • Touw
  • Een nietjesmachine met nietjes 
  • Dik papier dat je knipt tot een vierkant met een zijde kleiner dan het ijslollystokje

Aan de slag!

Stap 1: Niet met de nietjesmachine de kaart aan het ijslollystokje.

Stap 2:
Wikkel de plakband enkele keren rond de uiteinden van het ijslollystokje.

Stap 3: Maak het touw vast aan het ijslollystokje, tussen het kaartje en de plakband in.

Stap 4:
Doe de elastiek rond het ijslollystokje. Zorg ervoor dat de elastiek niet gedraaid is. De elastiek mag ook alleen de plakband raken. Raakt het ook het kaartje of het touwtje? Doe dan wat meer plakband rond het ijslollystokje.

Stap 5:
Ga op een open plek staan waar je niets of niemand kan raken. Neem het uiteinde van het touw vast en zwier je zoemer hard rond.

Wat gebeurt er?

Je hoort een zoemend geluid, zoals een zwerm bijen.

Hoe zit dat?

Wanneer je je zoemer ronddraait, beweegt de lucht. En die lucht zorgt ervoor dat je elastiek begint te trillen. Geluid bestaat ook uit trillingen. Wanneer je bijvoorbeeld gitaar speelt, zorgt de trilling van de snaar voor een bepaald geluid. 

Omdat de elastiek trilt, hoor je dus geluid. Het kaartje versterkt het geluid.

Maar wat gebeurt er als je sneller draait? Of als je een knip zet in je kaartje? Of als het gevouwen is? Wat als je touwtje korter of net langer is? Experimenteer en ontdek het zelf!

Wetenschap en techniek:
1.1 De kleuters kunnen verschillen onderscheiden in geluid, geur, kleur, smaak en voelen.
2.6 de kleuters kunnen een eenvoudig technisch systeem maken, al dan niet aan de hand van een stappenplan
Wetenschap en techniek:
1.1 De leerlingen kunnen gericht waarnemen met alle zintuigen en kunnen waarnemingen op een systematische wijze noteren
1.2 De leerlingen kunnen, onder begeleiding, minstens één natuurlijk verschijnsel dat ze waarnemen via een eenvoudig onderzoek toetsen aan een hypothese.
2.13 De leerlingen kunnen een eenvoudige werktekening of handleiding stap voor stap uitvoeren.