Krachtige zuignap

Wie is er sterker: de mens of de lucht?
Tijd om te experimenteren met lucht! Sterker nog: het wordt een krachtmeting tussen mens en lucht.
20200824 Technopolis 36

Wat heb je nodig?

  • WC-onstopper

Aan de slag!

Stap 1: Ga op zoek naar een vlak oppervlak zonder kieren, barsten enz.

Stap 2:
Duw de wc-ontstopper hard op het oppervlak.

Stap 3:
Probeer de ontstopper vervolgens er af te trekken. Trek hierbij niet scheef aan de steel, maar loodrecht op het oppervlak. Let op dat je niet valt.

20200824 Technopolis 34

Wat gebeurt er?

Als de ontstopper op een vlak oppervlak is geduwd, dan kan je hem er moeilijk of niet af trekken.

Als je de ontstopper op een oneffen oppervlak duwde of niet hard genoeg duwde, dan krijg je hem er waarschijnlijk wel af. In dat geval even bijsturen (bv. een vlakker oppervlak zoeken of de zuignap harder op het oppervlak duwen).

Hoe zit dat?

Rond ons zit lucht. We kunnen die lucht niet zien, maar die onzichtbare lucht drukt naar alle kanten. De kracht van die luchtdruk kan je simpel aantonen met een ontstopper.

Wanneer je een ontstopper stevig op een vlak oppervlak drukt, duw je de lucht die in de zuignap van de ontstopper zit er bijna allemaal uit. Nu heb je buiten de ontstopper veel lucht die de zuignap tegen het oppervlak drukt, maar zit eronder geen lucht meer die kan terugduwen. Zo blijft de ontstopper dus hangen. Je kan de zuignap makkelijk losmaken door er langs opzij terug wat lucht in te laten.

Waarom werkt het niet bij een oneffen oppervlak? Omdat je dan niet zoveel lucht uit de zuignap kan duwen. De lucht kan er opzij, langs het oneffen oppervlak, terug in stromen.

Zuignappen, zoals deze ontstopper, komen ook voor in de natuur. Denk maar aan de zuignappen op de tentakels van inktvissen.

Wetenschap en techniek:
1.2 De kleuters tonen een explorerende en experimenterende aanpak om meer te weten te komen over de natuur.
Wiskunde, exacte wetenschappen en technologie:
De kleuters kunnen verandering, beweging, (snelheid) die ze met hun eigen lichaam ervaren of die ze bij voorwerpen, verschijnselen of bij andere mensen waarnemen, verwoorden
Wetenschap en techniek:
1.1 De leerlingen kunnen gericht waarnemen met alle zintuigen en kunnen waarnemingen op een systematische wijze noteren.
1.2 De leerlingen kunnen, onder begeleiding, minstens één natuurlijk verschijnsel dat ze waarnemen via een eenvoudig onderzoek toetsen aan een hypothese.
Leercompetenties:
A-stroom / B-stroom 13.12: De leerlingen voeren een oplossingsstrategie systematisch uit i.f.v. een onderzoek of een probleem.
A-stroom / B-stroom 13.13: De leerlingen formuleren een antwoord op een onderzoeksvraag of hypothese aan de hand van aangereikte richtlijnen.
Wiskunde, exacte wetenschappen en technologie:
A-stroom 6.24: De leerlingen leiden de uitwerking van krachten af uit authentieke contexten.
B-stroom 6.14: De leerlingen geven voorbeelden van de uitwerking van krachten in authentieke contexten.