Proeven met je gevoel

Herken jij je eten zonder te kijken?
Verschillende soorten voedsel voelen heel anders aan. Eten kan glad, ruw, knapperig, romig, glibberig… zijn. Wetenschappers noemen dat de textuur’ van eten.
Proeven met je gevoel

Wat heb je nodig?

  • een stukje chocolade
  • een zandkoekje
  • een stukje vers brood
  • een stukje oud brood
  • een proefkonijn

Aan de slag!

Stap 1: Neem het eerste stukje voedsel in je handen. Wat voel je? Hoe kan je dat gevoel omschrijven?

Stap 2:
Neem het voedsel nu in je mond. Slik het niet meteen door, maar voel eraan met je tong en je lippen. Hoe is de textuur in de mond? Verandert er iets?

Stap 3:
Noteer nauwkeurig wat je voelt in onderstaande tabel door te schappen wat niet past.

Soort voedselGevoel in hand Gevel in de mond 
ChocoladeHard/​Zacht
Glad/​Ruw
Hard/​Zacht
Glad/​Ruw
Knapperig/​Romig
ZandkoekjeHard/​Zacht
Glad/​Ruw
Hard/​Zacht
Glad/​Ruw
Knapperig/​Romig
Stukje vers broodHard/​Zacht
Glad/​Ruw
Hard/​Zacht
Glad/​Ruw
Knapperig/​Romig
Stukje oud broodHard/​Zacht
Glad/​Ruw
Hard/​Zacht
Glad/​Ruw
Knapperig/​Romig
Proeven met je gevoel

Wat gebeurt er?

De textuur van het voedsel bepaalt mee of je iets lekker vindt.

Hoe zit dat?

Ook de textuur bepaalt of je iets lekker vindt. Je kan er zelfs uit afleiden of je eten vers is of niet. Chocolade is hard, maar smelt in je mond tot een romig tussendoortje. Verse zandkoekjes zijn hard, oude koekjes worden zacht. Vers brood is mals en zacht, oud brood is droog en hard. Verse sla is knapperig, oude sla is eerder verlept. Ken jij nog voorbeelden?

Wetenschap en techniek:
1.1 De leerlingen kunnen gericht waarnemen met alle zintuigen en kunnen waarnemingen op een systematische wijze noteren.
1.9 De leerlingen kunnen de functie van de zintuigen, het skelet en de spieren op een eenvoudige wijze verwoorden.