Vortexkanon

Blaas je vrienden omver
Wist je dat je met lucht kan schieten? Bouw zelf een vortexkanon en ontdek hoe goed jij kan mikken.
Airzooka 4

Wat heb je nodig?

  • Emmer
  • Breekmes
  • Een groot stuk stevig plastic: vuilniszak, douchegordijn
  • Ducttape
  • Plastic bekertjes
  • (Rookmachine)

Aan de slag!

Stap 1: Knip een cirkel uit het stuk plastic die ongeveer 10 cm over de rand van de emmeropening hangt.

Stap 2: Span het stuk plastic over de opening met ducttape (zoals een trommelvel).

Stap 3: In de bodem van de emmer maak je een groot cirkelvormig gat, met een diameter van ongeveer 10 cm. Dit kan je doen met een breekmes, een boor of ander materiaal. Wees voorzichtig en vraag indien nodig hulp aan een volwassene.

Stap 4: Plaats een plastic bekertje op het hoofd van een vriend(in) en laat je vriend(in) aan de andere kant van de kamer plaatsnemen. Richt de emmer op het bekertje en sla vervolgens hard met je hand op het plastic vel. 

Van hoeveel meter afstand kan jij het bekertje omverblazen?

Airzooka 4

Wat gebeurt er?

Als je tegen het plastic vel slaat, zet je de lucht in de emmer in beweging. Er komt een onzichtbare luchtstroom door het gat naar buiten.

Hoe zit dat?

In dit experiment maak je een vortex of wervel. Dat is een draaiende beweging in de lucht. Als je een rookmachine hebt, kan je de emmer daarmee vullen en zie je beter wat er gebeurt.

Door tegen het plastic te slaan, komt er een luchtstroom door het gat naar buiten. Aan de rand van het gat heb je wrijving van de luchtdeeltjes tegen de emmer. Daardoor beweegt de lucht aan de rand iets trager. In het midden van het gat heb je die wrijving niet en stroomt de lucht sneller. Door de combinatie van die snel bewegende lucht in het midden en de traag bewegende lucht aan de rand, ontstaat er een vortex in de vorm van een ring of donut.

Wow!

Ook in de natuur kan een vortex in de lucht of in het water ontstaan. Denk maar aan een tornado, een orkaan of een draaikolk.

Wetenschap en techniek:
2.2 De leerlingen kunnen van een eenvoudig technisch systeem uit hun omgeving aantonen dat verschillende onderdelen ervan in relatie staan tot elkaar in functie van een vooropgesteld doel.
Wetenschap en techniek:
1.1 De leerlingen kunnen gericht waarnemen met alle zintuigen en kunnen waarnemingen op een systematische wijze noteren.
2.13 De leerlingen kunnen een eenvoudige werktekening of handleiding stap voor stap uitvoeren.