Nieuw
1e & 2e gr. SO | GRATIS

Friend Zone

Gratis online escape game voor jongeren
In samenwerking met IBM, Child Focus en LUCA School of Arts ontwikkelden we een unieke online escape game. Geen deuren of kasten met ontbrekende sleutels, maar een nieuw sociaal media platform en een verborgen developer modus vormen het voorwerp van een ongeziene digitale en sociale beproeving die haarfijn aansluit bij de leefwereld van 12- tot 16-jarigen. Klaar om in te loggen op Friend Zone? Geef ons een seintje en we bezorgen je GRATIS een link om de game te spelen.
Smartphone laptop

Login correct!

Sociale media zijn intrinsiek verweven met de identiteit en sociale status van jongeren. Toch mogen we er niet zomaar vanuit gaan dat alle jongeren per definitie mediawijs zijn of volledig bewust van de digitale en sociale valkuilen van sociale media.

Als test laten we jongeren in kleine groepjes op een nieuw en onbekend sociaal media platform inloggen.

Admin error notification

Inloggen is het gemakkelijke gedeelte. De uitdagingen die volgen, testen de empathie en puzzelvaardigheden van je leerlingen. Beschikken jouw leerlingen over de juiste vaardigheden om het systeem te hacken en zo het spel tot een goed einde te brengen?

Het scenario sluit volledig aan bij de leefwereld van jongeren en roept onder meer vragen op over sexting, cyberveiligheid, nieuwe technologieën, privacy en hacking.

Educatieve en pedagogische doelstellingen

De game sluit aan bij de leefwereld van jongeren en houdt maximaal rekening met de eindtermen digitale competenties.

De spelervaring is gefundeerd op recent wetenschappelijk onderzoek en maakt gebruik van verschillende modi van hedendaagse technologie om educatieve en pedagogische doelstellingen via gamification te bereiken.

Educatief pakket voor leerkrachten en jeugdwerkers

Samen met de link naar het spel ontvang je ook een educatief pakket voor leerkrachten en jeugdwerkers boordevol praktische tips voor in het geval de deelnemers op een dood spoor raken. 

Daarnaast krijg je per thema (sexting, online privacy en cyberveiligheid) meer info en stellen we 3 fijne en leerrijke methodieken voor om in de klas of jeugdwerking te gebruiken. 

Praktisch

In eerste instantie is Friend Zone bedoeld voor leerlingen van de 1e en 2e graad SO, maar ook voor de 3e graad kan het spel interessant zijn. Er is geen voorkennis nodig om het spel te kunnen spelen.
Je kan kiezen met hoeveel jongeren je het spel speelt.
30 tot 45 minuten

Friend Zone kwam tot stand i.s.m.

IBM and the IBM logo are trademarks of International Business Machines Corp., registered in many jurisdictions worldwide.

Burgercompetenties:
A-stroom / B-stroom 7.4: De leerlingen lichten de mechanismen van vooroordelen, stereotypering, machtsmisbruik en groepsdruk toe. (transversaal)
A-stroom / B-stroom 7.5: De leerlingen hanteren strategieën om tot constructieve oplossingen voor conflictsituaties te komen. (transversaal)
A-stroom / B-stroom 7.7: De leerlingen onderbouwen een eigen mening over maatschappelijke gebeurtenissen, thema’s en trends met betrouwbare informatie en geldige argumenten. (transversaal)
A-stroom / B-stroom 7.9: De leerlingen illustreren het belang van individuele en gezamenlijke acties en engagement voor de samenleving.
Lichamelijk, geestelijk en emotioneel bewustzijn/gezondheid:
A-stroom / B-stroom 1.19: De leerlingen geven aan waar ze hulp kunnen vinden in geval van intra- en interpersoonlijke problemen. (transversaal)
Digitale competenties:
A-stroom / B-stroom 4.5: De leerlingen lichten de invloed van digitale en niet-digitale media op mens en samenleving toe. (transversaal)
A-stroom / B-stroom 4.7: De leerlingen evalueren de mogelijkheden en risico’s van eigen en andermans mediagedrag. (transversaal)
Digitale competenties - eindterm basisgeletterdheid:
A-stroom / B-stroom 4.6: De leerling evalueert in functionele contexten de mogelijkheden en risico’s van eigen mediagedrag.
Sociaal-relationele competenties:
A-stroom / B-stroom 5.1: De leerlingen bewaken in interacties hun eigen fysieke en mentale grenzen. (transversaal - attitudinaal)
A-stroom / B-stroom 5.2: De leerlingen houden in interacties rekening met de opvattingen, fysieke en mentale grenzen en emoties van anderen. (transversaal - attitudinaal)
A-stroom / B-stroom 5.4: De leerlingen demonstreren in informele en formele relaties geschikte sociale vaardigheden. (transversaal)
A-stroom / B-stroom 5.5: De leerlingen dragen in groepsactiviteiten met een welomschreven opdracht actief bij aan de uitwerking van een gezamenlijk resultaat. (transversaal)
Mentale gezondheid (context 2, vakoverschrijdend):
3. De leerlingen erkennen probleemsituaties en vragen, accepteren en bieden hulp.
4. De leerlingen aanvaarden en verwerken hun seksuele ontwikkeling en veranderingen in de puberteit.
5. De leerlingen kunnen zich uiten over en gaan respectvol om met vriendschap, verliefdheid, seksuele identiteit en geaardheid, seksuele gevoelens en gedrag.
Sociorelationele ontwikkeling (context 3, vakoverschrijdend):
2. De leerlingen erkennen het bestaan van gezagsverhoudingen en het belang van gelijkwaardigheid, afspraken en regels in relaties.
3. De leerlingen accepteren verschillen en hechten belang aan respect en zorgzaamheid binnen een relatie.
8. De leerlingen uiten onbevangen en constructief hun wensen en gevoelens binnen relaties en stellen en aanvaarden hierin grenzen.
9. De leerlingen zoeken naar constructieve oplossingen voor conflicten.
Kritisch denken (stam, vakoverschrijdend):
13. Denken: de leerlingen kunnen onderwerpen benaderen vanuit verschillende invalshoeken.
Mediawijsheid (stam, vakoverschrijdend):
14. De leerlingen gaan alert om met media.
Open en constructieve houding (stam, vakoverschrijdend):
16. De leerlingen houden rekening met ontwikkelingen bij zichzelf en bij anderen, in samenleving en wereld.
17. De leerlingen toetsen de eigen mening over maatschappelijke gebeurtenissen en trends aan verschillende standpunten.
Verantwoordelijkheid (stam, vakoverschrijdend):
20. De leerlingen nemen verantwoordelijkheid op voor het eigen handelen, in relaties met anderen en in de samenleving.
Zelfredzaamheid (stam, vakoverschrijdend):
23. De leerlingen doen een beroep op maatschappelijke diensten en instellingen.
24. De leerlingen maken gebruik van de gepaste kanalen om hun vragen, problemen, ideeën of meningen kenbaar te maken.
Humane wetenschappen:
(ASO) 12. De leerlingen kunnen aantonen dat hedendaagse communicatiemiddelen de aard van de communicatie beïnvloeden.
Project Algemene Vakken:
(BSO) 2. De leerlingen kunnen luisteren in interactie met anderen.
(BSO) 3. De leerlingen zijn mondeling assertief: ze kunnen informatie inwinnen, samenvatten en meedelen.
(BSO) 5. De leerlingen kunnen hun eigen mening en gevoelens uiten.
(BSO) 6. De leerlingen hanteren gepaste taal en omgangsvormen.
Organisatiebekwaamheid:
(BSO) 26. De leerlingen kunnen een beroep doen op diensten of instellingen waar ze met eventuele vragen, klachten of meldingen terecht kunnen.
Project Algemene Vakken:
(3e leerjaar BSO) 6: De leerlingen kunnen over maatschappelijk relevante tekstinformatie een eigen standpunt innemen, rekening houdend met ethische principes.
(3e leerjaar BSO) 27. De leerlingen kunnen zich bij een groepsopdracht constructief aansluiten bij een in team genomen beslissing.
(3e leerjaar BSO) 28: De leerlingen kunnen de eigen taken van een groepsopdracht volgens afspraken uitvoeren.
(BSO) 2. De leerlingen kunnen over die informatie reflecteren en ze evalueren.
(BSO) 4. De leerlingen kunnen mondeling argumenteren.
(BSO) 6. De leerlingen kunnen zich mondeling duidelijk uiten.
1.1.2 Mentale aspecten:
12. De jongere houdt rekening met gedachten, gevoelens en wensen van anderen.
13. De jongere ontwikkelt lichaamsbesef.
19. De jongere gaat om met intimiteitsniveaus.
1.1.3 Sociale aspecten:
35. De jongere uit gedachten, gevoelens en wensen op een sociaal aanvaardbare manier.
38. De jongere gebruikt sociaal aanvaardbare taal m.b.t. seksualiteit.
39. De jongere beleeft zijn seksualiteit op een aangepaste en veilige wijze.
40. De jongere stelt en aanvaardt regels en grenzen in relaties.
1.3 Maatschappelijk dagelijks leven:
54. De jongere maakt gebruik van dienstverlenende instanties.
55. De jongere maakt gebruik van hulpverlenende voorzieningen.
59. De jongere formuleert een mening over maatschappelijke vraagstukken met respect voor waarden en normen.
4.6 Omgaan met ICT:
160. De jongere gebruikt ICT op een veilige, verantwoorde en doelmatige manier.
166. De jongere gebruikt ICT om op een veilige, verantwoorde en doelmatige manier te communiceren.
Burgerzin:
12. De leerling illustreert de invloed van de media op zijn eigen denken en handelen.
51. De leerlingen durft een beroep doen op maatschappelijke diensten en durft zich zo nodig weerbaar opstellen.
52. De leerling is vertrouwd met hulplijnen en lagedrempelvoorzieningen in zijn buurt.
Gezondheidseducatie:
42. De leerling zoekt hulp indien nodig, aanvaardt hulp voor zichzelf en is bereid anderen te helpen.
Intieme relaties en seksualiteit:
49. De leerling stelt grenzen en aanvaardt grenzen in relaties.
50. De leerling gaat om met macht en onmacht in relaties.
51. De leerling staat kritisch tegenover seks en erotiek in de media.
ICT:
2: De leerlingen gebruiken ICT op een veilige, verantwoorde en doelmatige manier.
Sociale vaardigheden en competenties:
40. De leerling draagt verantwoordelijkheid bij een groepstaak, werkt onder leiding en geeft zelf leiding.
56. De leerling herkent het belang van afspraken, regels, gelijkwaardigheid en het maken van keuzes binnen een relatie.
59. De leerling accepteert verschillen en hecht belang aan respect en zorgzaamheid binnen een relatie.
66. De leerling kan in een groepsdiscussie zijn mening handhaven en bijsturen.
72. De leerling helpt mee aan het nadenken over en het realiseren van groepsoverleg, taakverdeling, bemiddeling en teamwerk.