Fake of niet?
Hoe goed onderscheiden jouw leerlingen echt van nep? Via een korte quiz tonen we aan wat voor een enorme impact AI heeft. Daarnaast leggen we het verschil tussen misinformatie en desinformatie uit en tonen we wat deep fake is.

Zelf nieuws maken
We verdelen je leerlingen op in verschillende redactieteams. Elk team krijgt de opdracht om met een ander type AI-tool een krant vol fake news te maken. Aan de hand van creatieve koppen en teksten en de meest verbluffende beelden mogen ze hun creativiteit en verbeelding de vrije loop laten.
AI-tools testen
Tijdens de workshop gaan je leerlingen aan de slag met:
- Midjourney, om beelden en deepfakes te genereren
- ChatGPT: om teksten te genereren en te bewerken met Canva Modus.
- Zeoob: om fake sociale media posts te maken
Alle koppen bij elkaar
Alle teams presenteren hun nieuws aan elkaar. Hoe echt ziet het eruit? Wat zijn de verschillen tussen de tools? Hoe kan je weten dat het niet echt is? Aan de hand van het resultaat moedigen we je leerlingen aan om na te denken over de eindeloze mogelijkheden van AI en de mogelijke gevolgen.
Goeie redenen om deel te nemen
Sociale media en andere digitale kanalen bevatten veel informatie, maar stellen jongeren ook bloot aan fake news. Dat kan leiden tot vooroordelen, polarisatie en wantrouwen.
AI speelt hierin een dubbelzinnige rol: algoritmes helpen zowel bij het verspreiden als opsporen van nepberichten. Kennis over deze technologieën en hun gevolgen is cruciaal voor jongeren die opgroeien in een wereld waarin digitale geletterdheid onmisbaar is. We vatten de voornaamste doelen van deze workshop voor jou samen.
De workshop maakt jongeren bewust van de schaal en de gevolgen van fake news in de hedendaagse maatschappij. Ze leren hoe desinformatie de publieke opinie kan beïnvloeden en welke rol sociale media en technologie hierin spelen.
Deelnemers krijgen een introductie in de werking van AI en hoe deze technologie ook kan bijdragen aan de verspreiding van fake news. Ze ontdekken concrete voorbeelden, zoals large language models en generative ai, en hun maatschappelijke implicaties.
De workshop biedt tools en technieken om informatie kritisch te evalueren. Jongeren leren vragen te stellen over de bron, inhoud en context van berichten en hoe ze onderscheid kunnen maken tussen betrouwbare en onbetrouwbare informatie.
Door hands-on oefeningen leren deelnemers omgaan met digitale technologieën. Ze krijgen inzicht in hoe algoritmes werken en hoe hun online gedrag invloed kan hebben op de informatie die ze tegenkomen.
Deelnemers worden aangemoedigd na te denken over de ethische vraagstukken rondom AI en fake news. Ze bespreken onderwerpen zoals verantwoordelijkheid, privacy en de gevolgen van hun eigen mediagebruik.
Wat je zeker moet weten
In combinatie met of apart
Deze workshop kan ook apart geboekt worden. In dat geval betaal je enkel de prijs van de workshop. Bezoek je ook onze expo’s, dan betaal je daarnaast € 10 toegang per leerling.
Lesmateriaal
Dit kan jou ook nog interesseren
Deze workshop helpt je volgende minimumdoelen af te vinken
A‑stroom
Nederlands
- 02.02 De leerlingen beoordelen doelgericht informatie op betrouwbaarheid, correctheid en bruikbaarheid bij het lezen en luisteren.
- 02.03 De leerlingen selecteren relevante informatie bij het lezen en beluisteren van teksten.
- 02.05 De leerlingen spreken en schrijven doelgericht.
- 02.07 De leerlingen nemen doelgericht deel aan mondelinge en schriftelijke interactie.
- 02.09 De leerlingen zetten eerder en nieuwverworven woordenschat in ter ondersteuning van hun communicatieve handelingen.
- BG02.01 De leerling haalt bij het lezen en luisteren doelgericht het onderwerp en relevante informatie uit niet-fictionele teksten.
- BG02.03 De leerling neemt doelgericht deel aan eenvoudige mondelinge en schriftelijke interactie.
Wiskunde, natuurwetenschappen, technologie, STEM
- 06.39 De leerlingen werken op een veilige en duurzame manier met materialen, stoffen, organismen en technische systemen.
- 06.40 De leerlingen gebruiken met de nodige nauwkeurigheid meetinstrumenten en hulpmiddelen.
- 06.43 De leerlingen ontwerpen een oplossing voor een probleem door wetenschappen, technologie of wiskunde geïntegreerd aan te wenden.
- 06.44 De leerlingen illustreren de wisselwerking tussen wetenschappen, technologie, wiskunde en de maatschappij aan de hand van maatschappelijke uitdagingen.
Digitale competenties
- 04.02 De leerlingen gebruiken doelgericht basisfunctionaliteiten van toepassingen om digitale inhouden te creëren.
- 04.03 De leerlingen gebruiken doelgericht basisfunctionaliteiten van toepassingen om digitale inhouden te beheren aan de hand van een aangereikte structuur.
- BG04.02 De leerling gebruikt doelgericht basisfunctionaliteiten van toepassingen om digitale inhouden te creëren.
- BG04.03 De leerling gebruikt doelgericht basisfunctionaliteiten van toepassingen om digitale inhouden te beheren aan de hand van een aangereikte structuur.
Leercompetenties
- 13.01 De leerlingen reflecteren over het eigen leerproces en sturen het doelgericht bij.
- 13.02 De leerlingen zetten (meta)cognitieve leer- en regulatiestrategieën in om zich leerinhouden eigen te maken.
- 13.03 De leerlingen gebruiken school- en vaktaal.
- 13.04 De leerlingen zoeken doelgericht informatie in diverse bronnen en verwerken die op een kritische en systematische manier.
B‑stroom
Nederlands
- 02.01 De leerlingen bepalen het onderwerp, de hoofdgedachte en de hoofdpunten bij het doelgericht lezen en beluisteren van teksten.
- 02.03 De leerlingen selecteren relevante informatie bij het lezen en beluisteren van teksten.
- 02.04 De leerlingen spreken en schrijven doelgericht in eenvoudige communicatieve situaties.
- 02.06 De leerlingen nemen doelgericht deel aan eenvoudige mondelinge en schriftelijke interactie.
- 02.08 De leerlingen zetten eerder en nieuwverworven woordenschat in ter ondersteuning van hun communicatieve handelingen.
- BG02.01 De leerling haalt bij het lezen en luisteren doelgericht het onderwerp en relevante informatie uit niet-fictionele teksten.
- BG02.02 De leerling spreekt en schrijft doelgericht in eenvoudige communicatieve situaties.
- BG02.03 De leerling neemt doelgericht deel aan eenvoudige mondelinge en schriftelijke interactie.
Wiskunde, natuurwetenschappen, technologie, STEM
- 06.24 De leerlingen werken op een veilige en duurzame manier met materialen, organismen, stoffen en technische systemen.
- 06.25 De leerlingen gebruiken met de nodige nauwkeurigheid meetinstrumenten en hulpmiddelen.
- 06.28 De leerlingen ontwerpen een oplossing voor een probleem door wetenschappen, technologie of wiskunde geïntegreerd aan te wenden.
Digitale competenties
- 04.02 De leerlingen gebruiken doelgericht basisfunctionaliteiten van toepassingen om digitale inhouden te creëren.
- 04.03 De leerlingen gebruiken doelgericht basisfunctionaliteiten van toepassingen om digitale inhouden te beheren aan de hand van een aangereikte structuur.
- 04.04 De leerlingen passen ethische, sociale en legale regels toe bij het gebruiken van digitale technologie.
- BG04.02 De leerling gebruikt doelgericht basisfunctionaliteiten van toepassingen om digitale inhouden te creëren.
- BG04.03 De leerling gebruikt doelgericht basisfunctionaliteiten van toepassingen om digitale inhouden te beheren aan de hand van een aangereikte structuur.
Leercompetenties
- 13.01 De leerlingen reflecteren over het eigen leerproces en sturen het doelgericht bij.
- 13.03 De leerlingen gebruiken school- en vaktaal.


