Het regent in de keuken

Maak zelf je eigen regenwolk en laat het regenen!
Het regent in de keuken 3

Opgelet!

Vraag steeds hulp aan een volwassene.

Wat heb je nodig?

  • Waterkoker
  • Koelkast in de buurt
  • Glazen plaat

Je kan de waterkoker ook vervangen door een kookpot en kookvuur.

Aan de slag!

Vooraf: Leg de glazen plaat een nacht in de koelkast.

Stap 1:
Doe het water in de pot of in de waterkoker.

Stap 2: Breng het water aan de kook. 

Stap 3: Haal de glazen plaat uit de koelkast. Houd ze een beetje schuin boven de waterkoker of boven de pot met water.

Wat gebeurt er?

Als je lang genoeg wacht, zie je dat het begint te regenen’.

Hoe zit dat?

Het water wordt warm en verdampt. Als de waterdamp de koude glasplaat raakt die je erboven houdt, koelt het weer af. Hoe kouder, hoe meer de waterdeeltjes elkaar gaan opzoeken. Zo ontstaat er een mistlaagje tegen de koude plaat en worden er kleine druppeltjes gevormd.

Het proces blijft doorgaan. Er komen steeds meer waterdruppels bij. De druppels op de plaat versmelten met elkaar en worden groter. Wanneer de waterdruppels te zwaar zijn geworden om aan de plaat te blijven hangen, vallen ze terug in de pot. En zo begint het weer opnieuw.

Dit gebeurt elke dag in de natuur en noemen we de kringloop van het water. Het water verdampt door de zon. Bovenaan is er koude lucht, waardoor de waterdeeltjes elkaar meer en meer gaan opzoeken en steeds grotere druppels vormen. Wanneer ze dan te zwaar worden, vallen ze naar beneden. Alleen gaat in de natuur het proces veel trager. Dat komt omdat we maar zelden de kooktemperatuur van water bereiken.


Opgelet! Wat je ziet opstijgen uit de kookpot, is waterdamp die al een beetje afkoelde en heel kleine druppeltjes heeft gevormd in de lucht, net zoals een wolk. Echte waterdamp of stoom kan je eigenlijk niet zien.

Leuk proefje?

Stop dan zeker niet met experimenteren. Met ons doe-blad kan je thuis of in de klas naar hartenlust meer ontdekken over dit bijzondere proefje.

Dit doe-blad hoort bij de show Op wereldreis met Noa” en is geschikt voor kinderen van 10 t.e.m. 12 jaar.

Wetenschap en techniek:
1.15 De leerlingen kunnen illustreren dat een stof van toestand kan veranderen.
1.16 De leerlingen kunnen met enkele voorbeelden aantonen dat energie nodig is voor het functioneren van levende en niet-levende systemen en kunnen daarvan de energiebronnen benoemen.
Wiskunde, exacte wetenschappen en technologie:
A-stroom 6.49 / B-stroom 6.32: De leerlingen illustreren de wisselwerking tussen STEM-disciplines onderling en met de maatschappij.
B-stroom 6.10: De leerlingen brengen waarneembare fysische verschijnselen in verband met temperatuursveranderingen.
Fysica:
F-12 De leerlingen kunnen de warmte-uitwisseling tijdens faseovergangen kwalitatief hanteren.