Koele ketting

Een winters experiment!
Brrrr… Bij dit experiment onderzoeken we wat zout met ijs doet en proberen we om ijsblokjes aan een touwtje te hangen. Niet door een gaatje te boren, maar met de hulp van de wetenschap!
20200824 Technopolis 28

Wat heb je nodig?

  • Enkele ijsblokjes
  • Een schaal koud water 
  • Zout
  • Een touwtje
  • Eventueel een mes

Aan de slag!

Stap 1: Vul de schaal voor ongeveer 4 cm met koud water en leg 4 ijsblokjes in het water.

Stap 2:
Leg het touwtje op de ijsblokjes.

Stap 3:
Strooi op elk ijsblokje een mespunt zout over het touwtje en wacht 1 minuut.

Stap 4:
Als er 1 minuut voorbij is, hef je het touw voorzichtig op. Indien er 1 of meerdere blokjes aan het touwtje hangen is het experiment gelukt. Indien niet wacht je best nog 1 minuut en probeer je het opnieuw.

20200824 Technopolis 28

Wat gebeurt er?

Één of meerdere ijsblokjes blijven aan het touwtje hangen.

Hoe zit dat?

Water bevriest bij heel koude temperaturen. Als het 0°C of kouder is, wordt het ijs. Bij temperaturen boven 0°C zal ijs smelten en wordt het terug water.

Zout zorgt ervoor dat ijs al smelt bij temperaturen die lager zijn dan 0 °C. Daarom strooien we bijvoorbeeld ook zout op de wegen wanneer het heeft gesneeuwd. Wanneer je dus zout op het ijsblokje strooit, zal het beginnen smelten. Doordat het echter een stevig brokje ijs is dat langere tijd erg koud blijft, zal het water op het ijsblokje ook terug bevriezen. Zo komt het touw vast te zitten in het ijsblokje! 

Omdat dit experiment afhangt van de temperatuur van je water, je ijsblokjes en je hoeveelheid zout, moet je soms een paar keer proberen om dit te doen slagen.

Wiskunde, exacte wetenschappen en technologie:
De kleuters kunnen verandering, beweging, (snelheid) die ze met hun eigen lichaam ervaren of die ze bij voorwerpen, verschijnselen of bij andere mensen waarnemen, verwoorden
Wetenschap en techniek:
1.1. De leerlingen kunnen gericht waarnemen met alle zintuigen en kunnen waarnemingen op een systematische wijze noteren.
1.15 De leerlingen kunnen illustreren dat een stof van toestand kan veranderen.
Wiskunde, exacte wetenschappen en technologie:
B-stroom 6.10: De leerlingen brengen waarneembare fysische verschijnselen in verband met temperatuursveranderingen.
A-stroom 6.43 / B-stroom 6.27: De leerlingen gebruiken met de nodige nauwkeurigheid de gepaste meetinstrumenten, meetmethoden en hulpmiddelen om metingen, observaties, experimenten en terreinstudies uit te voeren.
Leercompetenties:
A-stroom / B-stroom 13.13: De leerlingen formuleren een antwoord op een onderzoeksvraag of hypothese aan de hand van aangereikte richtlijnen.
A-stroom / B-stroom 13.12: De leerlingen voeren een oplossingsstrategie systematisch uit i.f.v. een onderzoek of een probleem.