Lost piepschuim op in aceton?

De grote verdwijntruc!
Nog even en onze aarde ligt er vol van: de veelkleurige schuimpjes die online pakjesdiensten gratis en voor niks toevoegen aan de veel te grote doos van je bestelling. Niet fijn voor het milieu, maar wél voor een verrassende scheikundeproef!
Lost piepschuim op in aceton 2

Opgelet!

  • Draag handschoenen tijdens deze proef
  • Hergebruik het overtollige aceton
  • Giet het resultaat niet door de gootsteen

Wat heb je nodig?

  • Glazen beker
  • Piepschuim balk of verpakkingschips
  • Een bodempje aceton

Aan de slag!

Stap 1: Doe een bodempje aceton in de glazen beker

Stap 2: Duw het piepschuim langzaam in de aceton

Wat gebeurt er?

Het piepschuim smelt helemaal weg in het kleine beetje aceton. Na een nachtje uitdampen, blijft er een stukje hard plastic over.

Hoe zit dat?

Van heel dichtbij ziet piepschuim eruit als een hele hoop kleine bolletjes. Elk bolletje bestaat op zijn beurt uit duizenden gesloten polystyreen cellen’ (2%) gevuld met lucht (98%). Scheikundigen noemen het witte goedje dan ook geëxpandeerd polystyreen of EPS. Wanneer EPS in contact komt met aceton, wordt het plastic zacht en valt het uit elkaar. Zo kan alle lucht in sneltempo ontsnappen. Het verpakkingsmateriaal verdwijnt als sneeuw voor de zon.

Op molecuulniveau ziet polystyreen eruit als lange parelsnoeren van telkens dezelfde parel of molecule (styreen). Die parelsnoeren vormen een netwerk via zogenoemde hydrofobe interacties. Aceton verbreekt die interacties, waardoor het polystyreen oplost’. Er blijft een gelachtige substantie achter die je kan laten uitdrogen tot een stukje plastic.

Lees meer over de kwalijke gevolgen van piepschuim op onze blog!

Wetenschap en techniek:
1.23 De leerlingen tonen zich in hun gedrag bereid om in de eigen klas en school zorgvuldig om te gaan met afval, energie, papier, voedsel en water.
1.24 De leerlingen kunnen met concrete voorbeelden uit hun omgeving illustreren hoe mensen op positieve, maar ook op negatieve wijze omgaan met het milieu.
1.3 De leerlingen kunnen in een beperkte verzameling van organismen en gangbare materialen gelijkenissen en verschillen ontdekken en op basis van minstens één criterium een eigen ordening aanbrengen en verantwoorden.
Leercompetenties:
A-stroom / B-stroom 13.12: De leerlingen voeren een oplossingsstrategie systematisch uit i.f.v. een onderzoek of een probleem.
A-stroom / B-stroom 13.13: De leerlingen formuleren een antwoord op een onderzoeksvraag of hypothese aan de hand van aangereikte richtlijnen.
Chemie:
C10 De leerlingen kunnen het oplosproces in verband brengen met het polaire of apolaire karakter van de opgeloste stof en het oplosmiddel.